Revisie der revisie-legende - pagina 33
»PUBLYCK epistel" AAN DR, Zeer waarde Broeder,
uw
J.
brief ligt
zelfs dat
zulk een onliefelijk kleed was gehuld, dat
droeg, en liefst had, dat ik er
Hoeveel goeds en door geheel de
mogelyk
En
Gunning
uwe weigering
zelf er leed over
voor vaderland en kerk door deze onvrien\J
Een
zelf gissen.
vrije universi-
orthodoxie in den lande gedragen, ware toen nog
En
geweest.
U
ik dus
en
niet verder naar vraagde
weigering te loor ging, laat ik
delijke teit
heilrijks
maar
mag
meedoen aan een broe-
derlgke saamspreking absoluut geweigerd hebt, en dat deze in
31
Guuiiing, maar zooveel
bij
ik er toch van zeggen, dat Gij
moet
VAN TOOBENENBERGEN.
J.
voor de ellende, die ons nu
wel mede aansprakelijk
is
overkomen, moet
stellen.
uw
toch, ook de zoo noodlottige uitkomst van
wet van ^75 en
toenmalig streven,
Synodale keuzen van
'78, was nog onmachtig, om U tot aflegging van uw tegenzin te brengen, en in stee van te keeren op uw pad, gingt Ge rusteloos met uw tegenwerking van de Gereformeerden voort. Uw »aanvullingsplan" kwam toen op, waar ik als tegenover een halven
neergelegd
in de
en onprincipiëelen maatregel, zoo een
vrije
was nogmaals het denkbeeld van En het was in de wrijving over
vrij
universiteit over te stellen.
beide plannen, dat »de
die
in de
Toen toch
tijd
der verbittering" zijn oorsprong neemt.
het gerucht, dat
liep
professoraat ter aanvulling"
in
men op
U
het oog had voóï^ »een
de dogmatiek?
Hiertegen nu waagde ik een korte opmerking, strekkende
om de overuw persoon
tuiging te vestigen, dat uit mijn herhaalde aanbeveling van
voor een professoraat in leid,
uw
dat
ik mij nu ook
de kerkhistorie
,
geenszins mocht worden afge-
zou kunnen verheugen in het overgeven aan
leiding van de ontwikkeling onzer dogmatiek.
Dit heeft, ik heb het best gemerkt, kwaad bloed gezet, en
U
bij
het
achterdochtig vermoeden gevestigd van dat «rusteloos vervolgen".
Toch zweeg telgk zeggen,
optreden
nu
Gij
en wilt Ge nu weten, zal ik
ik daarna weer,
wat mij dan
ü
tegen
spreken
Heiligen Geest
niet langer uit
komt
ü
oprech-
eindelijk tot de droeve overtuiging bracht, dat
van
kón blijven?
»een overlaten
aan
U
Ik zal het de
critiek
zeggen,
van
den
!"
Het was dit, dat Gij, om geen anderen te noemen, tot zelfs bij wijlen mevrouwe de douairière Groen ean Prinsterer bezoeken gingt brengen,
om
den kring mijner meerverraogende vrienden toch vooral elke gave en
eiken geldelijken steun aan de vrije universiteit te ontraden.
Die bezoeken hebben doel getroffen te
zwijgen,
mevrouw Groen van
een »iets van haar kapitaal voor ons liggen ging,
;
want toen,
om weer
van anderen
Prinsterer, die eerst gesproken te
zullen losmaken'^,
had ran
kort daarop
heeft ze, aan haar mondelinge beschikkingen toekomende,
slechts een betrekkelijk kleine
som ons vermaakt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's