Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 164

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 164

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

104

een

RUST DER ZIEL

droom,

DE ONRUST DER TIJDEN.

BIJ

waaraan

Jerusalem,

dat

ze gelooft? het onzicht-

bare slechts inbeelding en alleen het zichtbre dier wereld waar?

Hebben dan toch de bruisende stroomen der wereld den stroom des

verzwolgen ?

waters

levenden

Woords stomp geslagen?

O

!

zou

ze

geweten

gedachte

die

zoo

geven,

haar

binnen

nu

aanklaagt,

gezondigd,

heeft

geen oogenblik plaats kunnen

zelfs

genaamd wordt,

Gods volk

getuigde, dat nooit zou geschie-

alleen zag op haar Heer,

ze

ze

een

zoo

vér

maar

nu het

nu,

afgedoold, zoo zwaar

is

Nu, nu

ontrouw wierd.

muren weer voor de afgoden geplengd

Jerusalem's

O

en de gruwelen van Zion soms de Heidenen verbazen. zou zich

is

hoe

!

ze nu niet sidderen, nu niet duchten, dat de Heer had afgewend, dat Hij haar toch had verworpen. O! nu

ducht ting

wat

ducht, nu

oordeel

ongeestelijk en

zoo

des

der hel Zijn gemeente overweldigd?"

poorten

de

»door

zwaard

het

dan de eere van haar genomen?

Is

en toch geschied, wat de Heer den,

dan

Is

de »wijngaard van Zijn erfdeel," dat de »plan-

dat

ze,

Zijner

aan

verlustiging"

stroom

de

of erger

nog,

dat

dan een

»fata

morgana"

landslieden gegeven

andere

is,

van het water des levens niets een lichtspel

zal blijken,

in

de dorre

woestijn,

Maar het de

nu,

zoo Gods kinderen met siddering vreezen,

als

Heer Die hen

De

vertroost.

rivier

Gods zagen ze

is

niet

en daarom meer bruisend stroomen, en dies klaagden ze hun ziel de stille beekjes ritselen, die de ziek door .

.

.

doet Hij in

genade verkwikken en rusteloos uitvloeiend het hart verblijden

Want immers

de ontfermingen huns Gods. ruischen,

al

zien

dan den stroom

zij

dan de Godsrivier een het

hart

eigen

het

tijd

als die beekjes

dooi-

maar

niet kabbelen, al gaat

lang onder de aarde door, dan zegt

hun,

dat

toch

die

stroom er

is.

Zij

wilden vertragen, ziende op hun eigen schuld en zonde, ziende op de macht van dood en hel die op hen aandringt

kromp

hun

Enaksreuzen. woestenij

inéén,

de

ziel

versmolt

Van Kanaan zongen

zagen ze

om

zich

heen

ze, .

!

"

.

hen

maar

uit

;

vrees

niet

het hart

voor de

dan de dorre

Zou dan de God Jacobs

N

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's