Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Twaalftal leerredenen - pagina 61

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twaalftal leerredenen - pagina 61

(eerste en tweede zestal)

2 minuten leestijd

CHRISTUS, DE BRON VAN ZEDELIJKE KRACHT.

voor

het

de

laatst

door

weefspoel

Gl

de schering joeg, en het

kleed der heiligheid geheel voleind was.

Neen, M. H.

niet die troostelooze godsdienst

!

zelf

een

tot

wijnstok

Hem

bloeien, door in

Geen

te zuigen. sel

bet

is

en het levenssap

te blijven

verschil in graad,

niet gezegd,

maar op den Wijnstok

worden,

te

de blijraare,

is

Er wordt aan de rank

die het Evangelie u brengt.

maar een

uit

Hem

verschil in begin-

wat het streven der wereld van het

dus,

Wat

te

op

zalig lot

de wereld mist, het

des

Ghristens onderscheidt.

den

Wijnstok, den oorsprong en bronader van alle kracht, en

waar de wereld dat

dus

blijft

goddelijke, een eeuwige kracht tot onze beschik-

een

king

hebben,

niet

afsnijden

we

zoo

door

maar hoog boven ziel

die

kracht

ligt

die

kracht,

van Christus zelf in

afgeleide krachten werkt,

de juichstof van den Christen, dat wij een on-

juist

eindige,

met

slechts

juist

is

de gemeenschap met die kracht maar

het

van ons

verlies

ons, in Christus

der

Niet in ons,

geloof.

onzen Heiland

ligt

voor onze

en toch weer niet buiten ons

krachten;

want zoo wij in Christus zijn, is de kracht meer buiten ons, maar vloeit en zwelt ons

niet

de aderen onzer

voor zoover ons eigen eindig hart

ziel,

een deel dier goddelijke kracht in zich bevatten kan. Niet dus een

wassen

naast

maar een groeien weer

en

doen den

Cbristus

Christus, uit

en

uitvloeien

Zijnen

niet

in

van

een groeien naar

en door

Hem,

is

Immers

niet

vraag, die voor het vruchtdragen beslissen zal, niet

men

of

in

sterven

zij,

pas

Christus, is

begonnen,

maar

of

toe,

het eeuwig leven, dat van uit

toestroomt.

hoe

wijnrank opwies, maar of ze nog aan den wijnstok

voleind

Hem

dat indrinken

of

of

den Christus

in

de de

en zoo ook,

meer gevorderd,

men

hoog

kleeft, is

reeds

bij

zijn

de eenige vraag, waarop het gewicht der eeuwig-

heid rust. Natuurlijk niet zoo, als of er geen wassen in den Heer, geen

voortgang in heiliging, geen toenemen in groeikracht,

van bloesem en volheid der vrucht zou is

zeer tenger en nauwlijks uitbottend in

in

weelde

Immers de rank de lente, maar in den

zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's

Twaalftal leerredenen - pagina 61

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879

Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's