Twaalftal leerredenen - pagina 106
(eerste en tweede zestal)
DE VLOEK DER VERSTANDSRICHTING.
10G
weer nederlegdet, Neen,
nam
Gel.: ik
wetende dat de Heer u had geroepen.
niet
moedeloos geklaagd, maar volhard
niet
u
maar bracht u
niets,
kan houden, den rijken
juist
in
wat
uw
gebeden
alleen u staande
troost der hoop.
Geen verstands- maar een levensvraag onze toebrenging! 0, er ligt zulk een troost in dat evangelisch denkbeeld, troost
de kleinen en eenvoudigen des koningrijks.
voor
soms
veld misschien, dat schokte
het
uit
uw
ook
Dat sloeg u
vertrouwen, als
ge anderen met vlugheid en gevatheid hun geloof hoordet ver-
waar
dedigen,
met
de
uit
gij
geen woorden vinden kondt. Of,
O
lofs
u
dan
!
begrijp
hoe
ik,
liefde, gij
dat
hen voor Christus
die gave des woords, des
en der uitgieting des gemoeds, hun benijden kondt,
traden, en alleen in de
kondt, hoe teeder heeft
Haar
noodige zoudt
ge
uw
uwer
Hem iets
ziel
het den Heer vertellen
bemint. Die macht des woords
overweldigends
vooral op heilig
:
om
de welsprekendheid van anderer
leven de vraag
is
O!
van u voelen gaan.
kalmte
heilige
dan de
laat
maar het de liefde uwer
dat niet de kennis
stillen,
van afdoend gewicht, en dat
even diep door Christus kan gevoeld worden, of ze
verborgene
op
anderen
uit
God.
Ziet
op
van
uw gemoed
overspat,
uw
allengs
:
liefde
eigen zwijgende liefde misschien wantrouwen, en
gedachte zoo vol troost u
ziel
die
missen, dunkt zoo licht gemis aan het ééne
te
zelf te zijn
uw
dus
stilte
ziel
betooverends,
iets
gebied.
uw
gij
moet houden, waar anderen voorwaarts
die u schuil
gij
stil,
hen
anderen
van dat geloof spreken en zoo woorden geven
volheid
konden aan het gevoel van reine bezielt.
als
bespraaktheid het geloof ontleden, met warmte
een
zulk
zoo
ge
maar echte
liefde
is,
liefde
Gel.! Gij hebt ze lief en zorgt voor
kinderen, zoekt
het
in het
vonken
gloort of in schitterende
hun sluimerende krachten wakker
te
roepen, en ze voor te bereiden voor het maatschappelijk leven, maar.... gedurig ook keert het oogenblik terug, dat ge
een
nog
boven,
—
dieper
zielsverlangen
doch daarvoor
hen met
opdraagt aan den Vader daar
zijn ze
nu nog
te jong, dat
zouden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 273 Pagina's