Revisie der revisie-legende - pagina 50
ANTICEITIEK OP DR. VAN TOOHENENBERGENS TWEEDEN AANVAL.
48
§
2.
Be
onderteek ening
der
doctoren.
Dr. Van Toovenenbergen is het niet eens met mijn stelling, dat iemand die geslagen werd door een academie, als zoodanig niet in den dienst d?r kerk trad. doctor
tegendeel ontwijfelbaar.
Hij acht het
Nu
dat staat gelijk. Hij acht zus, ik zoo. Affirmanti incumhit probaiio.
Nu
Van ïoorenenbergen
zegt Dr.
wel,
Het komt maar op het bewijs aan.
dat dit bewijs
ligt in
de „onderwerping
kerkelijke rechtspraak" te Utrecht door doctoren geteekend.
aan
Maar
dit
zegt
Want, vooreerst handelen we van Leiden en niet van Utrecht; en ten tweede is onderwerping aan een rechtbank nog volstrekt niet het minste bewijs van ambtelijke bediening. Subject is ook de ambtelooze. Of er ambt al dan niet is, volgt uitsluitend uit de aanstelling en instructie. En laat Dr. Van Toorenenbergen die maar eens voor doctoren van kerkezij natuurlijk
niets.
opdelven.
§
3.
Be
kerkorde.
Door mij is aangetoond uit de stukken, dat de Dordtsche kerkorde in Holland noch door de Staten noch door de Synoden-Provinciaal, ooit definitief is ingevoerd. Om toch aan alles te tornen, komt Dr. Van Toorenenbergen intusschen ook hier tegen op, en brengt eenige overbekende gezegden bij. waaruit blijkt, 'dat deze kerkorde in de 18de eeuw usnëel nieiiQïmn in vele harer bepalingen gegolden heeft. Nu, dat is door mij niet weersproken, en ontkenning hiervan behoeft dus door mij ook niet gemainteneerd. Wat ik beweerde, en nog beweer, laat Dr. Van Toorenenbergen onaangevochten. Waarom weerspreekt hij het dan?
Thans kom
ik
aan de pviiten, die het geschil wel raken en die
ik
onder vier
paragrafen rubriceer.
§
1
.
Weigerden IValaeus
c. s.
te
teekenen,
uit hoofde
van eigen bezwaar
tegen de formule?
Gij
beweert
a.
Gij zegt:
Ik ga de
gronden, die Gij er voor aanvoert, boeken. dat toen Polyander c. s. de verhouding van het academisch onderwijs tot de kerkelijke formulieren wilden regelen, zij bezwaar getoond hebben tegen het schroevende: in alles. dit.
„het
is
een
feit,
Ge zegt dit, maar bewijst het niet terwijl ik omgekeerd U met de stukken aangetoond heb, dat ze in hun eigen verklaring het „in alles" even goed en wel terdege opnamen. b. Gij stelt het voor als weigerden zij zith te sisteeren als subjecten. Wel als „medeleden", niet als „subjecten" wilden zij tegenover de kerk staan. Het ongereformeerde van deze gansche tegenstelling laat ik voor uwe rekening. Mij gaat alleen dit aan, dat Gij U ook hier vergist. Door, op weLke conditie ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 176 Pagina's