De leidsche Professoren en de Executeurs der Dordtsche Nalatenschap - pagina 49
STAND VAN HET GESCHIL.
stelling der
leer,
in deze alle
treft,
45
de instelling der kerkorde en de kerkelijke jurisdictie beis de kerk autonoom, de kerk de handelende en gezag-
hebbende macht, en komt den Magistraat geen andere bevoegdheid toe dan van medewerking, approbatie en executie.
Wel stemden ook maar naar van
eigen
de Calvinisten
//medewerking,
die
voorzagen
dus
ze
dat de Overheid niet blindelings,
toe,
Woord
oordeel uit Godes
geput, bij
approbatie en executie"
uitnemend
wél
een
dat
het verleenen of weideren te
op
werk moest gaan, elkaar
stooten
•)
en
van de
tanden dezer beide raderen alleszins denkbaar was, maar verre van hierdoor afgeschrikt te worden, beleden ze veeleer dat het aan 2jijn
en
gunst,
niet
aan
de Overheid hing,
officiosum'" voor zijn kerk te
om
maken, of haar dien
God den
lleere,
naar
dien Magistra;it ,/facilem cl te stellen tot wederpartijder.
-)
Hierin echter stonden de Calvinisten vierkant en lijnrecht te^cn de llemonstranten over, dat, terwijl
de Gereformeerden in
veerden
aan
de
?
dieimus:
etiam
esse vocatos,
ponanf'.
^)
rechtelijk
stond.
„Bij verschil beslist de Magistraat,"
:
geestelijk en kerkelijk geding de eindbeslissing reser-
//Rogatur,
cui finale judicium in controversiis
Een
?
Hoc
fidei
obiter hic
Magistratus in his suis mandatis posse errare, et Pa.ttores a
ut omnibus, ac inter eos etiam Magistratibus, veritatem proalles
woord van Walaeas verwanten
:
leerde
Magistratui ne an Pastorum Synodis an utris(|ue
competat
Deo
kerl
De Groot
alle
duidelijk
afdoende verklaring,
citeerden,
zouden
opdat Dr. inzien,
die
we daarom
het
Van Toorenenbergen
hoe
beslist
Walaeus ook
geding aan den kant der Acroniussen en
liefst
met een
en zijn geestin
het kerk-
tegenover Uyteubogaert
4)
Op dit gewichtige punt lette men wel. Eonvoudig door don Mftgiatrant to 1) doen uitvoeren, wat de kerk besloten had, kwam nooit bij onze vaderen op. Cf. „Ne caecus sit aliueae sententiae siisceptur cl luhninUler" in PoLYAN'DRl, Walaei, Thysi et KlVETi, Synopsi ptirioris theolof/iae. p. 735. § 30. „Ut haec omnia observet, necesso est, ut intelligat, quae sit vera fides Christiana, ne in re tanti momonti aliquid ex solo aliorum judicio aut arbitrio, sed ex certa sua scientia et fide stabili suscipiat ac discernaf Ibidem, p. 75!). § XLI. Cf. Wai.aei, ('/»/•« o,)nii,i. II, p. t.">|i>. Walaei, Opera omnia. II. p. 37a. „Hulpvaardig en voorkomend.' 2j Walaei, Opera oynnia. p. 37b.: „Of de eindbeslissing in korkolijko gos.hillcn 3) ook de Magistraat kan dwalen ,on dan bij de Overheid of bij de kerk berust ? Ik zog aan do üvorzijn de predikanten van Godswege geroepen, om aan ullm, en dus ook heidspersonen, Gods waarheid te leeren." 106. Gers. Ct. SopiNOii, Apol. respons, ail Borntm fidem LubberlL Franic. I61G, p. 4) BUCERÜS, de guhernatione cccles. Middelb. 1618. p. 317. Smoutii. Eendracht enz. Rotvan Smout iu.'t terdam, 1C)08. praef C. II. Jatwyzimjhc van onhehoorli/rke wijze i-an doen vooral reyhenvertoogh der Amsterdamscho Commissie, p. 54. En 3. toeighenbrief, :
p.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1879
Abraham Kuyper Collection | 116 Pagina's