Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 13
13 het
dat in
feit,
Amsterdam
zelf,
den zetel der Vrije Universiteit,
meeting gebonden en de verwachting dat dus aldaar het
de
meeste licht zou worden ontstoken
de overweging dat
;
niet-verschijnen op die meeting verkeerd zou
men
een
kunnen uitleggen,
een bewijs van gebrek aan belangstelling of van lichtgeraakt-
als
heid over de min heusche houding jegens ons van het Bestuur en
van zijnen „Heraut;"
verband met den herhaalden
dit alles, in
aandrang van broeders, deed
in mij de reeds lang
maar toch nog worstelende hoop herleven op een en
rechte
stichters,
om
van de
begeerte
krachtige
zijde
zwakke maar van op-
blijk
der Universiteits-
van onze, immers geen bijzaken betreffende, be-
zwaren en wenschen kennis
nemen, en samenw^erking, zonder
te
gevaar voor ons van ontrouw aan beginselen, mogelijk te maken.
En
hebt
gij
en heel het Bestuur, (van welke hoogge-
mannen
ik
het diep betreur dat
meeting" en
in
de
achte ,
eerste Rector der Vrije
zeergeleerde Heer,
aan die hoop,
Universiteit,
pers,
helaas!
zich,
doen en schrijven medeverantwoordelijk
uw houding jegens ons den doodsteek
en
toen te hooren kreegt,
gij
door zwijgen op de
zij,
voor
uw
stellen)
manier van
door
toegebracht.
uw rede En wat
en blijkbaar niet kunt verzetten,
meer of minder dan de
luide stervenssnik van deze
mijne sints lange kwijnende hoop.
Gij schijnt echter niet zeer
was
niets
nauwkeurig
te
hebben
geluisterd, daar gij schrijft alsof ik alleen
op uw hamercensuur het oog had,
terwijl ik dien
avond geheel
ware een zegel op al wat beschouwde in tusschen de Universiteitsmannen en woordvoerders van onze verband met en
zijde reeds
Had
ik
mijn
2)olitiek
en genen.
't
voorafgegaan was.
ontboezeming ingehouden,
heel wat moeite en
meer
als
zeker
— die
zou
mij
zelven
allicht wijzer
—
hebben gehandeld, in de oogen van dezen
Ware hetgeen
„overprikkeling,"
'k
smaad hebben bespaard, en
gij
ik toen sprak de vrucht geweest
nog
al
eens
bij
van
ons onderstelt, zeker,
dan had ik niet slechts beter gedaan met mij te bedwingen, maar 't ware dan ook mijn plicht om u en den anderen heeren vergeving te vragen voor het toen uitgesproken oordeel. In dit geval verkeer ik echter niet. Dat oordeel was nid de vrucht
van overprikkelde stemming, maar van overtuiging en leedgevoel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's