"Ons program" - pagina 404
STAAT EN KERK.
388 dat de
1.
confessioneele
liturgische
,
en canonieke statuten werden
overgelegd; van latere wijziging daarin onverwijld kennis ware te geven
werd,
waarborg geboden
en
deze statuten werkelijk
dat
van geldende
waren en bleven;
kraclit
dat de kerkgenootschappen, die op dezen grond erkend en in het
2.
Collegie van correspondentie
rubrieken
vaste
zonder
het
te
advies
brengen
opgenomen waren, ten opzichte van onder bepalingen
geen besluiten zouden nemen,
overheid te hebben ingewonnen, zoader evenwel
der
anders dan in zedelijken zin aan dit advies gebonden te zijn; 3 tijde
dat waarborg geboden werd aan een iegelijk, uittreding
door
zich
om
steeds en ten allen
aan de onderhoorigheid van eenig kerkelijk en
kunnen onttrekken;
dat
geen binding van persoonlijke
bestuur
te
vrijheid
door kloostergelofte en anderszins met
dwang kon worden
vol-
gehouden, indien de betrokken persoon dien band wenschte af te leggen; dat in de kerkgebouwen, bij openlijken eeredienst, de eere en de 4. der overheid;
autoriteit
van Gods
Woord
;
behoudens het recht van
vrije critiek
op grond
door geen spreker zou worden aangerand, maar
veel-
meer in den gebede geëerd; en dat op den publieken
5.
georganiseerd
komsten zouden
met de
weg van kerkswege geen
diensten of samen-
worden, dan na voorafgaande schikking
plaatselijke overheid.
Rechten van de kerk op den Staat.
§ 309.
Waartegenover dan door de overheid aan de kerk ware te waarborgen: politie, het recht op het geven van advies in zaken van burgerlijke 1. des volks raakt; voor zooverre deze het godsdienstig en zedelijk leven begraafkerkgebouwen, de de handhaving der goede orde in en om 2. plaatsen enz., gedurende de diensten; heilio-houding van den eed
3.
door inroeping daarbij van kerkelijke
,
adsistentie
een
4.
Sabbath,
vrijen
om
ongestoord haar geestelijken arbeid te
kunnen volvoeren; en reo-eling
5.
van boet- en biddagen voor de natie in haar geheel, door
het imtermediair der kerkgenootschappen.
Dit laatste bij
is
in dezer voege
hoogen watersnood;
bij
gemeend, dat
bij
uitbreking van epidemie
oorlogsgevaar; of eenige andere volksramp;
hetzij door het moderamen namens in het College van correspondentie, de hooge overheid, het overheid, hetzij door een der curiën aan
de hooge
voorster tot het
indien
de
houden van zulk een bededag kon gedaan worden.
curiën
zulk een voorstel, hetzij eenstemmig, hetzij
En dat,
bij
meer-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's