"Strikt genomen" - pagina 22
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
24
ËEN ERKENDE VEREENIGING.
Maar om in
een
en
voorkomen, dat twee theologen, die saam over Staats-
te
disputeeren,
recht
oog
het
niet
deskundigen
van
„over
als
kleuren redekavelende blinden 11
maken, heb
belachelijk zouden
wat
gevraagd,
van
zij
onpartijdigheid heb ik Keuchenius
kondschap
het
geval dachten.
1
Lohmans raad
en
Uit overmaat van
niet ingeroepen.
En mag de
dat uitgaan op
bij
ik
U
nu oprecht en ronduit zeggen, wat
enkele uitzondering, in substantie ten antwoord gaven: is
ik vooraf
11 van mijne „knappe vrienden onder de juristen geconsulteerd,
paar
hen
zich
bevoegdheid
uwer Vereeniging
onomwonden
En met
volstrekt onbetwistbaar.
iemand, die dat ontkennen wou, valt eenvoudig niet hen, die dat
zonder één
ze,
„Staatsrechtelijk
te
redeneerm.^ Onder
uitspraken, was zelfs een der oud-ministers, die
Wet
aan de totstandkoming van de
op het Hooger Onderwijs
krachten had gewijd en dus in de zaak
zijn beste
uitstek tehuis was.
bij
Ik antwoordde natuurlijk, dat ik besloten had, toch wel te redeneeren.
Dat men dat van
ons, theologen, niet zoo
als
we
juristen,
op
vreemd moest vinden,
soms schrikbarende juridische ketterijen verkochten.
Dat
zij,
hun beurt het op theologisch gebied wel eens nog bonter maakten. Dat Dr. Bronsveld in elk geval een
aan goeden wil zou haperen, te waardeeren.
En
man
om
dat ik er dus wel terdege prijs op stelde, eens precies
te weten, hoe deze vork in de steel
Wat
ik
toen
was, wien het noch aan talent noch
een streng logisch betoog te volgen en
vernam, deel ik
zat.
U, op mijn manier,
in de zes vol-
gende kapitteltjes mede. Ik ga er in aantoonen:
we
staatsrechtelijk een erkende
Vereeniging zijn;
1.
dat
2.
dat die Vereeniging een school voor Hooger Onderwijs mag stichten
3.
dat ze aan die school Hoogleeraren
4.
dat ze die school zelve
5.
en
Universiteit
mag aanstellen; mag noemen
dat die Universiteit in den zin van ons Staatsrecht een vrije 6.
is
dat die Universiteit examineeren en diplonieeren kan, mits
buiten
conflict
zich
houdend met
art.
83
— 98
der
Wet
van
28 April 1876. 2
EEN ERKENDE VEREENIGING.
Uitgangspunt van mijn betoog, Amice, ring voor Hooger Onderwijs
11
is
is,
dat de
U bekende
„Vereeni-
een erkende Vereeniging in den zin der Wet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's