Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 73
III
echter er grond voor te hebben in het
Woord van God, dat het uwer kweekelingen „in de Kerk" in Zijne gunst zou kunnen geschieden, althans beproefd zou mogen worden? Wij weten dat wij hier een gevoelige snaar aanroeren. Evenmin echter als gij u door het teedere der zaak kondt laten weerhouden, uw verschil met de Vereen, tot Meent
gij
„inbrengen"
bedoelde
Syn. onderwijs onder de oogen te zien, evenmin mogen De eero Gods is hierbij betrokken.. De eere ook der Geref. beginselen. De eere van het bestaan der Gercf. Kerk, waarin wij het voorrecht hebben Bedienaars des Woords te zijn. Gij zelven zoudt het wraken
aanvulling
van het
verzwijgen.
dit
wij
zonder
als wij,
punt besproken
dit
te
hebben, ons
u aansloten.
bij
Ook gij wilt de Geref. belijdenis eeren en bij het volk in eere brengen. Maar gij kunt en moogt en wilt toch immers ook niet artt. 27 32 er uit
—
toch ook
lichten?
Gij
zult
treffen?
Gij
oordeelt
zeggen dat die artikelen nevenzaken be-
niet
immers ook dat de Ned. Ger. Kerk
daarin, van haar
oorsprong en bestaansrecht rekenschap gevende, de Gereformeerde kei-kelijke beginselen, den grondslag van het kerkelijk leven, naar den Woorde Gods heeft aangewezen?
van die Geref. beginselen hebben
uit kracht
Welnu. Juist
met de woorden der
belijdenis
afgescheiden van het
vigen,"
ruimschoots
de kenmerken
spreken
te
—
Herv. genootschap
N.
draagt,
wij
omdat het
onze vaderen bewogen
die
ons
—
om
naar „het ambt aller geloolichaam
als
om
zich van
Kerk naar Gods Woord te ver— in uwe schatting niet het recht benomen op den gewaardeerden naam „Gereformeerden," waarmede gij ons in de toegezonden circulaire aanspreekt. Hoc dit te verklaren? Indien toch de afscheiding van, en vereeniging als Kerk buiten, dat genootschap in uw oog niet ongereformeerd is, maar eisch van de Geref. belijdenis waarom, broeders, dan niet ons gevolgd in het goede Gereformeerde land
Rome
af te scheiden, en zich als een Geref.
—
eenigen. Onze scheiding heeft ons
duidelijk
't is
—
der vrijheid? Of, indien
gij
die scheiding èn vereeniging veroordeelt als tegen
Gereformeerde beginselen
de
—
een derde
is
immers
er
niet
!
—
hoe kunt
Daarom nogmaals de vraag: Wat met uwe uitnoodiging? Hoe, meent gij,
ons dan oproepen als Gereformeerden?"
gij
bedoelt zullen
toch
gij,
wij niet
deze zaken alzoo zijnde,
daaraan hnnnen
van
ons
vergen
—
zonder ontrouw te worden wat gij Met andere woorden: hoe zal, wat men
voldoen, wilt?
noemt „de kerkelijke kwestie,"
bij
om
Gereformeerde
dit
gewichtvol plan
der door u en ons
kunnen worden ontweken óf opgelost? Wij zouden zoo gaarne een Universiteit helpen tot stand brengen, die in waarheid de Geref. belijdenis en diensvolgens het het
begeerde
zeerst
Woord van God zien
dat geen
tot
tu'tiiim
Vrije
Universiteit,
fundament had. Maar dan hebben
wij
ook saam toe
te
origlnis op haar kleve; dat haar geboorte niet ontwijd
worde door miskenning van hoofdpunten dier belijdenis dan hebben wij te zorgen dat zij als een echt kind der Gereformeerde beginselen, uit een ge;
heiligd huwelijk van de Geref.
C.
zit...
Kerk en de wetenschap,
„Dat nu ter keering van zulk een gevaar vereischt wel geen aanwijzing"
—
zegt
in
gij.
ter wereld
kome.
een Seminarie geen heil
Is het de bedoeling, dat een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's