Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 82
XII
En
taak.
al
recht,
en
gaven verre boven hen verheven, Aquilla en wel toelichten; de ApoUos uit Paulus'
Gotls
welsprekende prediking was daardoor voortaan temeer zuiver
zijn
Gode
en tot zegen,
God geve dat onze „bestrijding" van Dr. K. c.s. Gereformeerden" inderdaad geheel gereformeerd worden
ter eer.
er toe diene dat „de in leer
in
zich door die bescheidene opmerkingen zeker grootelijks bevoor-
achtte
tijd
dan ApoUos
is
mogen hun den weg
Priscilla
en praktijk. Alleen de eere Gods en het belang van Zijn Eijk, de zalig-
heid van ons en onze kinderen, dringen ons. Dwalen
'k
met
Begin
gevoelen aangaande
K.'s
men
wij,
„Kerk" en hare inrichting en
de
—
regeering. Hier volgt thans een zijner uitsjpraken, die mij
ten
verbaasd,
heeft
zeerste
!
en wien niet?
—
en na lezing van het boekske deed uitroepen: en zuchten weer een berg, die een miiis baarde
is 't nu toch mogelijk Aan het slot der brochure: „de Leidsche Professoren
hoe
wijze ons terecht.
:
enz." waarvan hoofd-
inhoud en strekking is te betoogen dat de Professoren het te Dordt voorgeschreven Formulier alleen hierom niet onderteekenden omdat dit hun „ver:
boden was en geinterdiceert"
„En mag
om
nu,
ik
nog
Toorenenhergen
—
schrijft Dr.
hiermee
eene
Kuyper Dr.
verweerschrift te besluiten.
dit
verzekering
geven,
hem
die
zelf zal
Van
doen inzien
hoe loos en overtollig eigenlijk heel zijn aanval was, laat ik hem dan zeggen mogen, dat in het Bestuur der Yereeniging voor Hooger Onderwijs op Gereformeerden grondslag door mij tegen onderteekening van zulk een formudoor
lier
En
dit
advies
binden, maar
te
geadviseerd
hoogleeraren
Dordt daar nooit
ning, in wat
is
worden aangenomen.
gaf
ik, niet
wijl ik
dat
althans
formulier van
de Vereeniging niet dogmatisch wenseh
vorm
of maniere
ook gedaan, nooit een band
mannenwoord
in
iemands
feit,
handteekening
en routine, zóóver kan gaan,
dat
is.
voor wie nog aan de kracht van hechtte
desniettemin door het sluimeren van het bewustzijn sleur
het
overmits, naar uitwijzen der ervaring, zulk een onderteeke-
Een, ik stem het toe, uiterst droevig het
en
;
zal
;
bij
men onder
maar
een
feit,
dat
zulke handelingen van
de Canones van Dordt,
met de verklaring dat ze „den Woorde Gods conform" zijn, in de archieven der Leidsche theologische faculteit o. a. ook kan vinden de handteekening van Dr. W. A. van Hengel, die in zijn reuzenarbeid, aan den „brief aan de Bomeinen" besteed, elk denkbeeld van praedestinatie uit dien brief zocht weg te exegetiseeren
;
alsmede van Dr. N.
C. Kist,
die in zijn scherpen aanval op
Scholtens Determinisme tegelijk heel Dordt omverwierp.
En het
toch;
geval
want
dit is,
psychologisch (zielkundig) nog het opmerkelijkst van
en bewijst hoe zoo
de onmogelijkheid
om
handteekening
plaatsen,
te
iets
subjectief
volkomen
eerlijk toe
kan gaan:
onder zulk een adhaesie aan de Dordtsche Canones heeft
mijn kundige
zijn
en schrandere leermeester,
zoo weinig gevoeld, dat hij zelf in facsimile het stuk onder de oogen van het publiek bracht, waarop die onbegrijpelijke handteekening nu tot in Kist,
lengte van dagen voor een ieder te prijken staat."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's