Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 32
32 Modernen,
oogenblik zijn pen tegen orthovoornaam en ?cherp aan 't toornen Zoo gebenrt het soms ook dat onder ons deze of gene terwijl
in
't
doxen Gereformeerden sloeg.
zelfde
vrij
de rol van vermaner tot liefde
voor de
scherpheid
van
op zich neemt, en goediglijk
Y. of Z. ook wel verzachtende
br.
pleiten, terwijl men niet eenmaal oog schijnt hebben voor de kracht van overtuiging, waarmee en het hoog belang van eigen Kerk of wat het ook zij, waarvoor de broe-
omstandigheden wil
te
der aan
't
werk en
niet-zien splinter
in
't
gevoelige en uit
te
smart,
halen.
dat
is
vooral in u tienmaal meer onliefelijks
die
;
en kritiseeren van hun broeders en ambtgenooten
in negeeren
allerminst
openlijk
bestraffen,
oog van eigen broeders gevaarlijk kwetsende
terwijl
dan met stokken
mij
soms op
zich haasten dien er
wijze
Ik voor mij heb nog liever, hoezeer
men
den
zij
dadelijk zien en
te
lijf
't
mij
ook
ga, zooals gij
nu
deedt; daaraan weet
men
voor die wonden
door herroeping en belijdenis nog wel ge-
is
ten minste wat
men
er
aan heeft, en
nezing te hopen; maar dat onmanlijk en onwaar, dat preutsch en liefdeloos, vermaan en wegdoeken van de kwestiën, die een
ander die 'k
't
hoofd en hart beroeren, die tijdgenoot en nageslacht,
hemel en aarde raken, neen, daarvoor heb ik geen achting; zal, waar ik kan, het opjagen, opdat het 'thazenpad kieze.
En laat
wie zoo'n kameleon tot dusver aan dien broeder de
—
opengaan en
beestje
zijn
boezem
heeft gevoed,
oogen voor den min-nobelen aard van hij
zelf is de eerste
om
't
het van zich
te stooten.
In BijJage
kan
VI heb
ik
een en ander bijeengebracht, waaruit
blijken dat ons getuigenis tegen u. Dr. K., niet eerst van-
—
daag of
gister
hoe
daartegenover ons hebt behandeld.
gij
Wat maar,
noodig geworden of ook
ik niet gezegd heb, laat ik mij door
openhartig
gesproken,
mannen, dat ik het zoo aan
't
Want
toornen
zijt
beken
—
bitter
ik
kan
pas begonnen
is,
en
niemand aanleunen;
meer dan andere C. G. moet ontgelden, nii gij eenmaal
dat
't
ik
mij wel eenigszins begrijpen.
meer dan 8
jaren, na korten n bewonderd en van n de vrijmaking van Gods volk in de N. H. Kerk en straks de samenvoesrino- van al de Gerefor-
tijd
dit
ik: dat ik sints
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's