Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 58
vermaning"
—
Waar
onze
Greref.
tot dit
Avondmaal
Tit. 3
:
10, 11
— en zoo vele andere uitspraken meer.
Catechismus op de vraag laten Iconien die zich met
(vr. 82)
hun
ongeloovige en goddelooze menschen
als
Zal men ook
beJcentenis
en leven
aanstellen? naar de
Schriften ten antwoord geeft een beshst: Neen! tvant alzoo
.
.
.
Verhond Gods ontheiligd en Zijn toorn over de gansche
wordt het
Gemeente verwekt,
Waar
31.
de Belijdenis
dagen van haar raartelaarsgeloof op-
in de
—
gesteld, verklaart
ook Zond.
Zie
enz.
van de Geref. Kerk,
het staat er immers zóó, broeders?
—^dat
ambt aller geloovigen, volgens Gods Woord," scheiden van degenen, die niet van de Kerk zijn, en
dit; zie art. 28; „het is:
af
„zich
te
zich te voegen tot deze vergadering, hetzij op steld heeft; al
ware
het schoon zóó dat de
wat plaats God
ze ge-
Magistraten en plakkaten
der Prinsen daartegen waren, en dat de dood of eenigc lichamelijke straf daaraan hinge,'' en dat; art. 29
Kerk
„Ugfelijk
—
de ware en de valsche kennen en van malkander te onderscheiden
te
van de valsche Kerk heet:
zijn"; terwijl het
hare ordonnantiën meer macht en autoriteit Gods,
en
ivil
ordend
heeft,
dunkt;
zij
vervolgt
aan
zicli
Sacramenten
bedient de
maar
zij
het
juk van Christus
„die schrijft zich en
niet
Christus in
niet,
gelijk
doet
daar af en
dan den Woorde
toe
onderwerpen; Zijn
Woord
toe, gelijk het
haar goed-
grondt zich meer op de menschen dan op Christus;
degenen,
die
heiliglijk
leven
naar den
zij
ver-
zij
Woorde Gods, en
haar bestraffen van hare gebreken, gierigheid en afgoderijen."
die
Is deze
teekening niet sprekend-gelijkend op het Herv. ge-
nootschap? blijven
in
En
is
het toch wel te loochenen dat allen, die het
zoo'n genootschap
verdedigen,
daarmede de schei-
ding der Hervormers en onzer Geref. Vaderen van Rome's Kerk, afkeuren, en die hooggeprezen Vaderen metterdaad smaden in
hun
graf,
terwijl
zij
teeren op
hun roem,
zich sieren
met hun
naam ? Dat nu de redenen, waarmee de Universiteitsmannen zich zelven bemoedigen en ontschuldigen, het Christenvolk sussen en paaien, „schoonMinkende maar ongegronde profetiën" ik
door
al
zijn,
acht
het voorgaande genoegzaam bewezen, voor wie nog
goed zien kan
in
deze
mistige atmosfeer.
Hoe zou men ook
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's