"Strikt genomen" - pagina 44
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
GENOMEN CONCLUSIE.
46
Zoo heb
U
beetje
dan
ik
geen
moeite
volledig bewijs voor
liet
ontzien,
om van
Amice,
stukje tot
de stelling te leveren, dat, altijd in
staatsrechtelijken zin, 1.
onze Vereeniging een erkende vereeniging
2.
dat die Vereeniging scholen voor Hooger Onderwijs
3.
dat
zij
aan die scholen hoogleeraren
4.
dat
zij
zulk een school een
5.
dat die Universiteit eo ipso een „vrije Universiteit"
6.
dat deze Universiteit bezit
is
;
mag oprichten mag aanstellen Universiteit mag noemen; is
;
a.
het jus docendi.
b.
het jus corporationis.
c.
het jus promovendi in wetenschappelijken zin, en
d.
het
jus
expostulandi
door
van
middel
de
en
examens
der
Rijksuniversiteiten.
En nu
hebt Gij wel een weinig den spot gedreven met die „zedelijke
en wetenschappelijke waarde" van onze graden, en zelfs ons
bij
spelende
kinderen vergeleken, die „elkaar naampjes gaven". Maar vooreerst zou ik
vragen willen het
van
lief
van een
U
Broeder Bronsveld, was
:
stellige profetie ?
derspel"
En
ten slotte
,
nu humaan, was het
Uw opinie waarom
dan zoo rusteloos op ons losgebrand
is,
die vooralsnog
Gij,
dit
gezegd ? Ten andere scheelt
U
,
altijd iets
indien het slechts
uit
was
ernstig,
toch niet nog
Uw zwaarste
„
kin-
geschut
onbewimpeld verheugen zoudt over ons
?
niet-
kunt toch immers niet beter wenschen, dan dat het zedelijk en
slagen,
wetenschappelijk discrediet, waarin de opkomst en
zullen,
verderfelijk
den
bloei
ons zelven naar
van
een
uw
zeggen brengen
Stichting verhindere, die
U
dunkt voor kerk en land.
Maar bovendien, hoe Ge hoegenaamd met het
dit iets
Op En
we
hier over ook oordeelt, in geen geval heeft „staatsrechtelijk" vraagstuk
men
dat terrein vraagt
niet naar opinie,
van doen.
maar naar
recht.
overmits Gij nu, tot mijn innig leedwezen, aan een kring van
man-
nen, waartoe zeer kundige juristen en politieken, ja, zelfs een hoogleeraar in de rechten behooren,
ting
betwist
hebt,
zoo
hun goed en deugdelijk recht
kom
een schrede verder gaande,
U toe om nu
te
roepen
niet te
:
Weiger
zeggen
U
op
Uw
eerst
U
tot Universiteitsstich-
„gebeden"
U
machtsoverschrijding; althans
Christen-broeder,
met
Uw
te
hebben; nu,
eerlijke consciëntie aandringen,
niet langer, mijn waardste, als
als
en erken openlijk dat Ge
ik; na
Uw
man van
met
ernst
ongelijk te herstellen,
aanklacht van gezagsaanmatiging en
„in jure constituto"; metterdaad hebt vergist!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's