Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

"Ons program" - pagina 403

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Ons program" - pagina 403

2 minuten leestijd

STAAT EN KERK.

geen

dat

post kon

enkele gecontradiceerde

worden uitbetaald dan op

van den rechter.

definitief gewijsde

§ 307.

38?

Het Burgerlijk Wetboek.

Toch zou hiermee de taak der overheid Immers, hoe

niet zijn afgeloopen.

van aard de kerk ook

geestelijk

zij,

toch komf ze met

de verhoudingen der burgerlijke maatschappij niet slechts in aanraking,

maar moet bezit

en

van

ze

aan het gemeene recht vervallen, zoodra ze door

zelfs

goed, in betrekkingen van mijn en dijn tot geburen

stoffelijk

geïnteresseerden

waaruit over en weer vermogensrechtelyke

treedt,

betrekkingen geboren worden.

Zoowel wat tracteraentskapitaal of pastoralia; kerkelijke goederen

ofbona ecclesiastica; ad pios

usus

verhouding

ze

en diaconiegoederen of in wijdsten zin

betreft, behoort dus de buitenwereld te

tegenover

kerk

de

dient

staat;

bona

weten, in welke

het voor de kerk niet

twijfelachtig te zijn, in welke relatie ze zich tegenover de buitenwereld

en

bevindt;

is

het even noodzakelijk dat de rechter eindelijk te weten

kome, naar welken

heeft recht te spreken, als de kerkdijken

titel hij

onderling in geschil zijn over eigendom of recht van beheer.

De thans desaangaande bestaande twijfel spruit eenvoudig voort de ontstentenis in ons Burgerlijk Wetboek van eene juiste bepaling rubriek, waaronder de kerkgenootschappen vallen. is

En

op haar beurt weer veroorzaakt door de onzekerheid

genootschappen

beschouwen had

te

als

uit

der

deze ontstentenis ,

of

men

de kerk-

van publiek-, dan wel pri-

V a a trechtelijk karakter.

Die leemte moet dus aangevuld. dan;

Eerst

niet

op welke basis

En mochten we geven

,

dan

eer;

zullen de kerkelijke besturen,

staan, ook binnenskamers

zij

alsdan wetende

hun zaken regelen kunnen

dan voor de aanvulling van het ontbrekende een wenk

zou de Engelsche wetgeving ons in haar hoofdlijnen verre

preferent

dunken

geëigend.

Natuurlijk, niet voor wat haar kerkelijk-aristocratische, maar

,

als

het meest voor den aard van het kerkelijk leven

wel voor wat haar juridisch-politieke de

kerkgenootschappen

aan

zij

dan

niets

betreft, in

aan

zooverre ze namelijk

haar eigen confessioneele

liturgische en canonieke statuten bindt.

§ 308.

En geld

,

was

Rechten van den Staat op de kerk.

op dien voet eenmaal de finaucieele

dan zou de overheid zich

o.

i.

zijde der quaestie gere-

ten opzichte der kerkgenootschappen

tevreden moeten stellen met de eischen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's

"Ons program" - pagina 403

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880

Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's