"Ons program" - pagina 232
VAN DE SCHOLEN.
246 heid
maximum
een
tot
van
en
ongerechtiglieicl
partijtyrannie
kan
worden en wordt misbruikt.
Immers, onderstellen we voor een oogenblik, dat (de beboeftigen nu er buitengesloten)
man
de kleine
buiten staat
voor schoolgeld meer
is,
dan f 5 per kind op te brengen; dat de gewone burger moeilijk boven de f 25 kan gaan de meer gegoede burgers tot f 100 komen kunnen; ;
terwijl de welgestelde lieden, als stand
gelden
's
lagere
school
kunnen opklimmen
jaars
voor
voor
duizend v^fhonderd; c.
50 leerlingen
school voor
c.
;
100
circa
/ 250
tot
,
voor college-
dan zou hieruit volgen
200 kinderen
circa
gewone burgerschool
genomen
—
niet
dat een
,
meer dan duizend;
leerlingen
een
meer dan twee
niet
een hoogere burgerschool of gymnasium van
meer dan vijfduizend; en een academie of krijgs-
niet
500 studenten, niet meer dan een goede tonne
gouds
kosten mocht.
In
dit onderstelde geval
toch zou
wezen geen moeilijkheid opleveren
nog
weldadigheid
culiere
behoeftige
alleen
Behalve in
lieden.
de instandhouding van het school-
en zou er door kerkelijke of parti-
,
voorzien
te
zeer
het
in
zijn
tekort
der
kleine gemeenten, waar een deficit
zou kunnen ontstaan door een tekort aan betalende leerlingen.
Onder behoeftigen verstaan zijn:
a.
dan
zouden
voor
wier
dienden ingericht;
b.
de
man, niet
die iets
school
de lagere
bij
betaalde arbeiders,
bij
en
;
was
eertijds
de arme
weduwen en
burgerscholen,
meer dan een lagere school voor
En met
zeer slecht
de zeer kleine burger-
kind vraagt en toch
zijn
meer dan de goede arbeider betalen kan; en
te voorzien
alleen te
;
dan diaconie- of armenscholen
kinderen
de karig bezoldigde ambtenaren,
dit zoo
de
bij
c.
predikanten, enz.,
academiën,
wier nood dan
in
was door beurzen. het »deficit,
ontstaan uit het
lingen" zou dan bedoeld wezen;
en was
tekort aan betalende leer-
het vroeger
eertijds bedoeld;
door den dorpsheer gegeven surplus voor kleine buurtscholen
het door
;
schepenen en vroedschap van plattelandssteden verstrekt surplus voor Latijnsche
scholen; en het door de provinciën doteeren met een bijdrage van
schaars bezochte hoogescholen, als die van Deventer, Harderwijk en Franeker.
Ook
daarbij
we stemmen
,
vraag voordoen
,
of alle verstrekking van
door de overheid, rijkeren
bij
;
niet
aan
beter
maar deze
ons schoolwezen
terdaad normaal te achten;
,
kón
surplus
zich dan
aan de
nog de
school zelve
meê neerkwam op een bedeeling der
niet feitelijk
en derhalve
overgelaten geweest
verhouding
het voetstoots toe
particuliere
milddadigheid
quaestie uitgezonderd ,
bij
en de
,
zulk een inrichting
ware
was de generale ,
dan toch met-
oeconomische toestand dus
gezond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's