Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 57
57 dachte aan „scheiden" te onderdrukken,
meerde harten aan
't
ontkiemen mocht
waar
die in gerefor-
zijn.
In de rede op de „meeting" sprak dr. H. het ook onbewim-
pekl uit: „broeders, zusters, wij wijzen u een
nemender
dan over
is,
weg
die
nog
uit-
gaan tot de kerk der afscheiding." De
te
Universiteit bezorgt u straks weer de gereformeerde leer in uav
eigen kerken, en hiter weer de heerschappij der geref. begin-
Men
selen in heel den lande.
En
op Gods zegen. en geleerde
mannen aan deze
voor doen, in hope
zal er zijn best
dan eens
er
als
10,
20 en meer godzalige
Universiteit zip gekweekt, „zullen
dan de heeren der Synode niet beven? Eens zullen tens
moede
Derhalve
zijn,
—
zij
des kis-
en de wateren de landen overstroomen."
maar weer hoopvol wachten,
die reeds zoo
gij,
lang zucht onder het slavenjuk van een Kerkbestuur, dat zich de plaats
in
van den Koning der Kerk, der oude Slang
stelt
zich dienstbaar stelt en
ook de vrijgekochten des Heeren daartoe
dwingt. Of behoeft het nog bewijs dat de onderwerping, waartoe
men nog pas te Dordt weer verviel en waarin men elders al kermend bleef voortgaan, een ongehoorzaamheid is aan den Zaligmaker, Wiens wil. Wiens Woord de eenige regel is van spreken èn doen èn laten? Is
—
het geen volstrekt oinnogcJijke eisch, dien dr. K. nu onlangs
H. 23 Mei
jl.
—
ons
stelde,
dat
wij
zouden beginnen
erkennen: dat het Mijvcn der gereformeerden in
't
te
immers reeds
lang „verlengend", genootschap, volgens Gods Woord en in het geloof geschiedde ? Dat er aan,
zoo grip
hoe onbegrijpelijk is
of l-an
—
zij
onschuldig niet
zijn
het
—
is
zijn. die dit
't
ons ook
meenen, nemen wij gaarne
zij.
Maar
dat het inderdaad
en aan iets anders dan ongeloof of misbe-
dan onbewust, hoewel ook dan nog geenszins toe te schrijven
.
.
.
dat l-unnen, dat mogen wij
aannemen, waar de Schrift zóó duidelijk uitspreekt dat:
wie iemand erkent,
als
leeraar,
groet en in huis ontvangt
—
gezwegen nog van het ergere: als ambtgenoot met hem samen iemand, die te werken en zich hem of hun te onderwerpen
—
de leer van Christus niet medebrengt,, dat die „gemeenschap heeft zijne
hooze wcrJcen" — 2 Joh.
vs. 11, cf. Gal. 1
:
8 en 9
—
dat-
aan
men:
„een kettersch mensch moet verwerpen na de eerste en tweede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's