"Ons program" - pagina 206
ONZE STATEN EN RADEN.
190
van bedrijven en nijverheid
die het gpproduceerde verwerken en berei-
,
en door de kooplieden en kleine handelaars, die het bereide goed
den;
den
aan
man
Waar zouden komen
in de laatste
brengen.
zakelijkerwijs bij
plaats
dan nu nog nood-
de menigte der arbeiders en gezellen
dienstbaren op bureel of in het huisgezin,
en, wil men, het
;
de
officiers-
corps in groote garnizoenen.
Onder vaste bedingen en naar
goedkeuring van de Staten- provinciaal appèl op
het rijksbestuur
evenredigheden
stipt geregelde
en des noods onder recht van
,
van benoeming
bleve buitengesloten) zouden deze corporatiën dan recht
moeten hebben
voor de Gemeenteraden
of buiten heur midden te kiezen
met vryheid van keus om
,
onder exceptie
;
dienstige vereenigingen en de garnizoenen
en het uniform dragend
geestelijkheid te
minderheden
elke onderdrukking der
(opdat
onder
,
,
bij
alleen
buiten
wie keuze
personeel
uit
van de gods-
wet
allicht
de
behoorde
zijn.
Aldus zou in de Gemeenteraden het organische leven der burgerij zich In
afspiegelen.
het
dan uiterst eenvoudig
in
;
het veelzijdig geschakeerde stadsleven uiterst
maar
saamgesteld en ingewikkeld zijn;
dorp
,
zou dat organisch verband
dorpsleven
eenvoudige
zou elk belang of beroep
in elke
gemeente,
stand of klasse
elke
,
,
pleitbezorger vinden, en voor den doodelijken broodnijd der
het opbouwende element van
»
'tzij
stad of
dan toch *
zijn
concurrentie"
saam werking" in plaats treden.
Voorts kon dan uit deze organisch gekozene Gemeenteraden worden naar de
afgevaardigd
Staten-provinciaal
,
en dat wel met inachtneming
van zoodanige verhouding, dat, naar een stad belangrijker was, ze ook
kon beschikken.
over te grooter invloed ter Statenvergadering
Deze directe overgang van de Raden op de Staten zou daarom noodig zgn, wijl de ridderschap sinds 1793 wegviel, de geestelijkheid reeds in de
IG'ifi
eeuw
alle
rechtstreeksch
zeggenschap
en de loontrekkende klasse der maatschappij
geen provinciaal verband
terugkomen op
te
brengen
is.
En
,
in
's
lands zaken verloor,
met den besten wil, in dit te
dit gedeeltelijk resultaat der historie
meer,
overmits een
noch gewenscht
noch
uitvoerbaar zou zijn.
Immers, de adel en de heerschappen verloren in de meeste provinciën schier
alle
beteekenis
en
zouden hoogstens alleen nog in Gelderland,
Utrecht en Limburg tot een zwak politiek bestaan te brengen vooral
indien
men aan
zign.
Maar
de leden van dezen stand in steden en dorpen
waar hun invloed ver genoeg reikt,
b. v.
in de residentie en in
sommige
plattelandsgemeenten, recht van keus voor het raadschap in de gemeente
gunde,
zou het een noodeloos
repristineeren wezen van
wat onherroe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's