"Strikt genomen" - pagina 34
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
36
EEN UNIVERSITEIT.
En om
eindelijk, toen
buitenlandsche
de
van den vreemdeling zou te
De Vries opkwam tegen
heer
doctoraten
erkennen,
te
sprak
zijn,
wijl
dit
het denkbeeld,
een bevoorrechting
„Gaat dat aan, een voorrecht
hij:
geven aan bnitenlandsehe bijzondere instellingen van Hooger Onderwijs
boven
dergelijke
het belang
in
want het
Het ware
hier te lande 9
instellingen
Ik sprak van bijzondere instellingen,
van het onderwijs.
artikel onderscheidt niet,
onbillijk en niet
maar
op ééne
stelt
hen, die aan
lijn
eene bijzondere of die aan eene openbare instelling den wetenschappelijken
graad verkregen" de
En
1
).
deed ook
dit
waarvan
onderstelling
hij
wederom, zonder dat de Regeering
Een
uitging weersprak.
hij
blijkbaar zeggen wilde: bijzondere instellingen, die op
bnitenlandsehe bijzondere Universiteiten,
De is
van
terdege
is
met
staan
lijn
denkbaar
3
).
komen konden,
heeft zelfs onderwerp
debat uitgekomen;
het
bij
amendement uitgemaakt; en
een
door de Regeering zoo weinig
ongerijmd afgewezen, dat ze veeleer zelve
als
één
binnenslands
mogelijkheid dat er ook bijzondere Uiniversiteiten
wel
dus
zijn
onderstelling die
(zie
Bijblad 1386) die moge-
lijkheid ondersteld heeft en erkend.
Doch,
noch
Amice,
gelijk gezegd,
zulke losse uitingen kunnen noch pro
strikt bewijs opleveren.
contra
En
ook
al
me
kondt Ge
dan ook
deze zienswijze op het debat niet toegeven, dat doet tot de wetsinterpretatie niets af.
De
juistheid
van de interpretatie der wet heb ik
U
boven
uit de
artikelen bewezen.
En
gesteld
nu
het immers ondenkbare, dat
al
tatie uit de artikelen
1 '
verwierpt, dan
Want immers wettig wetsuitlegger was in En de Koning heeft op 12 Febr. 1879
zelf.
beslist dat,
althans in casu,
Uw
Ge ook
„die interpre-
nog zoudt Ge vast raken. Koninklijk
bij
interpretatie verwerpelijk
mij gegevene geldt, eenvoudig doordien Z.
de Koning
deze alleen
M. Art.
1
is,
besluit
en de door
van onze Statuten
heeft goedgekeurd.
De macht, aan wie van
beslissing
>)
Bijblad 1376.
2
Consequent
)
de wetgever in elk voorkomend geval het recht
opdroeg,
heeft de Statuten,
was de heer De Vries overigen»
»Wij begrijpen onder Universiteit eene
inrichting,
waarin
niet.
de
slichting eener
Zie zitting 69,
waar de wetenschap
in
waarin
omvang wordt onderwezen en waar men examineeren en graden verleenen kan." bedoelde kennelijk «graden,
cum
e/fectii
civili," gelijk
Voetius ze noemt.
hij
zei:
haren geheelen Hij
toch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's