"Ons program" - pagina 252
JUSTITIE.
236 onderscheidene zelfstandige
in
de
deze
alle
is
laatste
ter
machten, maar
en
en
is
blijft
de souverein
hoogste instantie aan God verant-
ter
woordelijke persoon. § 174.
Rechtsvinding.
echter
Juist
souverein
vinden
het
zin dat len
dan nu
als
ook
hij
van
verantwoordelijk staan"
de
dat
voort,
spreken van
het
bij
naar willekeur wat
hij
God
»voor
dit
uit
vloeit
souverein
man"
recht »vrij
den
zoomin
bij
in dien
is,
verkoos tot recht zou kunnen stempe-
of ook naar luim en gril een zijner onderdanen voor de wet schul-
,
dig zou kunnen verklaren.
De
souverein
handhaver,
is
van
niet
zijn eigen
maar
goeddunken,
van DE GERECHTIGHEID. behoeft dus het recht niet meer te
Hij er
zoo
maken, maar het recht
was
kwam; bestaat er ook nu nog buiten hem om; en is weinig aan hem onderworpen, dat veeleer de souverein zelf onvoorer
eer hij
waardelijk
onder
het recht staat.
Vandaar dan ook de schoone uitdrukking, dat
bleef,
vinden.
de
het
Het is
taak van den
eerste
maar verborgen.
er,
en zoolang zoeken tot
hij
goddelijke ordinantiën van het
Hij
Woord;
moet
En
vindt.
het
die
souverein
nog is
steeds
om
gangbaar
het recht te
er dus naar
zoeken,
wel er naar zoeken in de
in het rechtsbesef en de costumen
van zgn volk; in de wetgeving van andere volken; en in de vondsten der systematische rechtsgeleerdheid als wetenschap.
Vandaar dat de wetboeken, hebben aan
te
duiden
,
niet
na consulteering
der
der gerechtigheid
mogen
natie
die
wat recht in den lande heeten
en na toetsing aan de eeuwige beginselen
uitgevaardigd.
Voor het rechtsgeleerd advies nu dienen de Staatscommissiën
,
ad hoc benoemd;
dient de Staten-Generaal
,
ministerieele bureaux,
we thans
over wier beteekenis en bevoegdheid
derhalve
is
of
voor het consulteeren der natie
geen herhaling vallen; en alleen over de toetsing
rechtsbeginselen
zal,
dan na ingewonnen advies der rechtsgeleerden
nog
een
in
aan de eeuwige
woord
toelichting
ter
vereischt.
§
En
175.
Naar eeuwige beginselen.
dan meenen we van
zgn, indien
we
aller
instemming vooraf verzekerd
daarbij de stelling op
een wet, die den diefstal voor geoorloofd verklaarde,
tige wet zou zyn,
d.
i.
te
kunnen
den voorgrond plaatsen, dat een
b. v.
ongerech-
zulk ééne, die, verre van ter handhaving van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's