"Ons program" - pagina 154
BUDGETWEIGERING.
438
voorbedachten
rade
minister tegen den wil der Kamer, dan treedt
ziju
de budget weigering natuarlyk
ipso
eo
Zoo weinig
den Koning zelve n.
het liberalistische stelsel dan ook zelfs met de grond-
is
denkbeelden van onze Grondwet in overeenstemming
Grondwet
onze
in
dwang, niet
in het licht van
den Minister aangedaan, maar uitgeoefend op
onder de
niet
Kamer, maar onder een
,
dat over het budget
van de politieke macht der
rubriek
afzonderlijken, administratieven
titel
gehandeld
wordt (Art. 119—122). Zoozeer
druischt dit revolutionaire systema zelfs
den, een soort c r e d i missen en
basis
om
dat men,
geldend staatsrecht in, e
nog tegen het thans
zich uit de ongelegenheid te red-
t-wetten heeft uitgedacht, die elke grondwettige
slechts
schutting
als
om
doen,
dienst
de aan de pui
van ons staatsgebouw gepleegde braak voor het oog van den voorbijganger
te verbergen.
Ja, zoo weinig zijn onze liberalisten zei ven nog dit bijltje"
len
bij
het
»
hakken met
op hun gemak, dat ze nog nooit tot budgetweigering in vol-
omvang voort dorsten
schrijden,
voor minister, van kant hielpen vanzelf topzwaar werd Hieruit leide
men
,
en
maar
steeds a
Kabinet
tot het
,
petit feu, minister
zijn
evenwicht verloor,
viel.
intusschen niet
alsof
a|',
we wilden ontkennen dat
ook metterdaad in onze Grondwet bet valsche beginsel insloop. Integendeel behoort juist onder het vele
onder anderen Slechts
dit
:
,
we tegen onze Grondwet hebben
we aantooneu
in onze grondwettige bepalingen
voerd
dat
dat het de geheele budgetquaestie verward heeft.
wilden
zooveel
,
dat
,
de
liberalistische theorie
nog allesbehalve consequent
is
doorge-
en we ook ten opzichte van dit onderwerp in onze eerste Staatswet
geen belichaming van een beginsel vinden
,
maar het lapwerk van een
vergelijk.
Om
uu èn tegenover deze
tegenover eenige
de
revolutionaire
en
helderheid
toch
halfslachtigheid
van
practijk
beknopt
,
van
liberalist
het
onze
Grondwet èn
en conservatief, met
antirevolutionaire
standpunt
uiteen te zetten, strekke drieërlei.
Eerst willen
we, nu bleek wat het Fransche revolutionaire systema
beoogt, daartegenover de theorie der Eugelsche staatslieden plaatsen.
Dan, aan deze
theorie
aansluitend, het ideaal omschrijven, dat óns
het meest toelacht.
En
ten
slotte
de verhouding aangeven
,
waarin
systeem tegenover het systema van onze Grondwet
dit antirevolutionaire staat.
(8
November 70.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's