"Strikt genomen" - pagina 81
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
83
ONZE GROOTE CANONIST.
En
nu
dan
zeg
of dit niet concludent en pertinent;
Amice,
zelf,
zonder voorbehoud en ondubbelzinnig
gesproken
zin
beroepen
te
;
uitliet.
toch neerschrijven, dat ik geeu recht had mij op
Hoe kunt Ge dan Voetius
klaar en pittig juist in denzelfden
waarin mijn Bede zich
als
is,
;
?
Bewijs levert Ge voor die wraking van mijn
dan
recht
deugdelijk
ook met geen enkel woord.
U
Ge
Slechts bepaalt
verwijzing
die
en
anders uitliet;
vlak
elders zich
naar een kort Bazuin-artikel.
tot verwijzing
bedoeling van
Zin en
zal
dat Voetius
onze groote canonicus ten
dat
dus,
wezen,
wel
deze in stuitende tegenspraak met zich zelf verviel. dien blaam der inconsequentie wil ik mijn goeden
Welnu ook van Voetius trachten
zuiveren, al smart het mij, dat ook hierbij
te
van onderzoeken weer
De zaak
Uw manier
min steekhoudend uitkomt.
als
namelijk deze.
is
Voetius heeft, zonder in de minste tegenspraak met zichzelf te verstellig verklaard, dat
waar zulks behoorde, even
vallen, ter plaatse
krach-
tens Gereformeerde beginselen, aan de kerk toekomt 1.
om
het recht
van Universiteiten,
•
2.
het recht
3.
het
te
recht
)
Pol. Eccl.
Pars
tandum
III. lib. I. tract. III
a
dist.
quatenus
207
illae
scil.
defensioni inserviendo
«Wordt gevraagd:
proponam."
van hetgeen
cap. VIII. p.
»
Quaest.
An de iis,
quae ad artes ac
religionem et Theologiam attingunt,
autineommodando; quod sequentibus
of in kerkelijke lichamen gehandeld
consten en wetenschappen behoort?
tot de
:
nonnullis pertinere dicuntur, in synodis aliqua ratione trac-
cum
ejus genuinae explicationi ac plicatius
);
)
Resp. Aff.
sit?
]
3
aut
scientias pertinent,
bewaken
om invloed te oefenen op de theologische faculteit 3 ) om theologische kweekscholen op te richten, met of
zonder gymnasiën
J
het godsdienstig karakter van alle studie, dus ook
Hierop antwoord ik:
ex-
mag worden .la, mits men
wel onderscheide, voorzoover deze wetenschappen den godsdienst raken." -)
sint
Ibidem Pars
designandi
et
II.
lib.
II.
tract. III.
eruditionis et ixxvoTYjTOï testimonium,
nem.
promotionem
et
illud pertinere
cap VII.
p.
487. Quaest.
A quibus doctores
constituendi? Resp. Si per designationem et promotionem
intelligis,
ad
Academici
intelligis
solenne
dico pertinere ad Academias: sin electionem, vocatio-
munus
professoris sen
ad
cathedram Academicam,
dico
ad scholarchos, seu scholae dominos, non tarnen sine consilio, aut consensu
ecclesiae. 3
)
Ibidem Pars
I.
lib.
I.
tract.
II.
cap. VII. p.
250 en 251: »Scholae quaedam directe
et
intrinsecè pertinent ad Politiam ecclesiasticam, eique directe subordinantur: quales simt catechu-
menorum,
et
exercentium se in sacris ac prophetantium, et similia collegia theologica ab Ecclesiis
instituta, et per
seab
Ecclesiis dependentia.
Talia fuerunt olim Collegia Canonicorum, quae ab
Augustino originem habuisse dicuntur, et sequioribus saeculis scholae monasteriorum Benedictinorum; et etiamnum hodie in Papatu seminaria Episcoporum, et studia regularium
quibus infra Part. 2 disquirendum.
In
;
de
V. T. fuere ecclesiasticae scholae et collegia prophe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's