"Strikt genomen" - pagina 28
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
30
EEN UNIVERSITEIT.
hebt geschreven
voorbij
;
toen Ge, door de logica der feiten gedwongen,
dan toch ten minste deze halve bekentenis deedt: „Wat is
hoogstens een athenaenm of illustre school. onze Stichting
dat
eens,
dan staat zooveel toch
gaat stichten
gij
Want, nu
al
aangenomen
dan een athenaeum zou wezen,
eigenlijk niets
vast, dat de
11
docenten aan onze athenaea allerwegen
steeds den titel van hoogleeraar gevoerd hebben; en wordt hiermee alzoo
U
ob- en snbreptief dan toch door diezelfde
wel terdege
titel
zelven erkend, dat ons staatsrechtelijk
toekomt,
Ge betuigd hadt ons
dien
nooit te
gunnen.
zullen
EEN UNIVERSITEIT. Zoo is
we
schieten
een heel eind op, Amice
reeds
!
De Vereeniging
dan een erkende in den zin der Wet. Die erkende Vereeniging
voegd
mag
school voor
een
school ook een Gij
weer
Hooger Onderwijs
ze hoogleeraren aanstellen.
Universiteit
ontkent ook
dit.
uit ons Staatsrecht
En dan loochenen
beroep
feit,
dat
te stichten.
Rest nu nog maar
te
En
is
be-
aan die school
weten,
of ze die
mag noemen?
Ik moet mijne bewering, dat het wél mag, dus bewijzen.
ik
mij
weder
in de
eerste plaats op het niet te
het bijzonder Hooger Onderwijs, zonder aan eenige
de minste beperking onderworpen te
zijn,
vrij is zich
in
richten
te
naar
goedvinden. Zijn er bepalingen in
verbieden,
Gij zult ze
Op U
wijs ik er
luidt aldus:
houding van scholen
katheders
sticht tol
zij
op, dat in de Statuten onzer Vereeniging
eene Universiteit gesproken wordt.
„De Vereeniging voor
bedoelt
de oprichting en instand-
Hooger Onderwijs. Naar gelang het haar mo-
afzonderlijke katheders voor enkele vakken, vereenigt
faculteiten, en
De Koning,
U
dit
verbindt
zij
faculteiten
artikel goedkeurende, heeft
dat zijne Regeering het door
En
die dit
mij wel voorleggen.
uitdrukkelijk in art. 1 van
gelijk is,
Wet
of in de organieke
rust dan de bewijslast.
Ten tweede Het
de Grondwet
U gewraakte niet
tot
1
daarmee dus verklaard,
met de Wet.
in strijd acht
ten derde beroep ik mij op de oeconomie
zij
eene universiteit.'
zelve der
Wet van
28
April 1876.
Daar toch wordt
in art.' 2, zonder eenige distinctie te
maken, of er
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's