"Strikt genomen" - pagina 131
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
133
TERUGGENOMEN.
Habakuk
beeld van
]
)
gebruiken, in sommige professorale visitekamers
te
„de balk uit het hout eens aan het spreken sloeg
binnenskamers
alzoo
gefluisterd
van den Gereformeerden naam
te bezielen,
'
van wat er
te
Utrecht
studenten met afkeer
de
wat dunkt Uzelf? Zou
er niet
verontwaardiging heel het land door onder ons Christen-
kreet van
één
om
wordt,
1
volk opgaan
En mocht van
het, moest het dan, niet eens doorstralen, dat het
onverantwoordelijk
het
dertijd
Een
Rotterdam.
waarbij soms woorden zijn
bedrijf,
eigen pen zou weigeren te boekstaven
Toch neemt
dit niet
Van Toorenenbergen
van Dr.
bedrijf
openen
een geheim bleef, als in-
evenmin
deze Utrechtsche loopgraaf mij
gebezigd, die
te
zijn
?
weg, Amice, dat ik een streep door die recensie
ook door die gewraakte zinsneê, haal
;
omdat,
al
maak
ik
me ook
sterk
om
elke uitdrukking op zich zelve te verdedigen, het geheel toch een bitter
gemaakten geest openbaart,
die niet
goed
is
en niet mag.
Ik was overspannen.
Het was de dag voor mijn vertrek naar Zwitserland, toen geput en
overprikkeld,
ik,
uit-
het overdruk had met het beredderen van mijn
zaken, en toen daar opeens,
met
éénzelfde post, én
schrijven van Br. Lindeboom, én Br.
Uw
repliek, én
Gunnings antwoord, én
Uw
het
Kroniek
handen kwamen.
mij in
In
paar uren moest
een
Keulen, zat ik van
Dat
is
alles
weergegeven. Toen ik
eerste indruk
vijf tot
doorgelezen
om
,
en
nog even de
toen
acht uur op den trein moest naar
zeven uur nog voor mijn
schrijftafel.
dwaas van mij geweest.
In zulke
overspannen
men de kalmte, om de men dien aanbiedt aan het
oogenblikken mist
doornen van den rozentak af
te
nemen, eer
publiek.
En digd
overmits Ge nu
heeft,
dit stukje
als
dat
schrijft,
dat juist dit mijn oordeel
U
zoo belee-
ben ik a priori en a posteriorl beide er van overtuigd, dat
anders had moeten
zijn,
en verzoek
U
dus het te beschouwen
weggenomen van voor Uw oog. Zoodra Ge mij van dat Vliegend Blaadje zult aangetoond hebben, daarin „gelasterd" is, naar Ge klaagt, zult Ge me bereid vinden
tot gelijke
verootmoediging ook voor wat ik daarin van
U
neerschreef.
Geloof mij, lieve Broeder, ook ik weet, dat ik buiten het toevloeien
van genade niet leven kan, en onveranderlijk deed ik de ervaring op,
i)
Cf.
ITabekuk 2
:
11.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's