"Strikt genomen" - pagina 182
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
184
Op
ook
grond oordeelde
dien
ten jare
RECONSTRUCTIE DER HISTORIE.
TEGEN
PROTEST
prof.
Land, in
reeds
zijne feestrede,
1872 uitgesproken: dat de ongelijke lotsbedeeling van het Rijksonderwijs en dat in de
ten opzichte der akademische graden, hoe eer des te beter moet worden weggenomen. Alleen op tweeërlei grond zou men de bestendiging dier ongelijkMen zou op de gedachte heid nog kunnen trachten te verdedigen. kunnen komen, dat zij voor de praktijk onverschillig is; alsof een mono-
hoofdstad,
een
in
polie
land
vrij
een
ooit
onverschillige
zaak mocht heeten.
In de
tweede plaats zon nteu zich mogelijk beroepen op het gevaar, dat Hoogloeraren niet dooi den Staat aangesteld en gewaarmerkt, de akademische anderen zonden verleenen. Om welke reden titels licht vaardiger dan toch? Om hunne gehoorzalen beter te vullen misschien ? Maar datzelfde verschijnsel zou zich immers thans moeten vertoonen, bij den Of zou het wedijver der lang bevoorrechte Hooggescholen onderling. veeleer zijn om den goeden naam vau Amsterdam in de waagschaal te en de graden daar verkregen, al spoedig in algemeene achting bij stellen, Of eindelijk, ligt het soms in den aard anderen te zien achterstaan? van wetenschappelijke mannen, tenzij het Regeeringstoezicht daartegen waakt, het peil der universitaire studiën door achteloosheid te doen -
dalen?
men nu
Indien recht uit
om
„het
graden adres
Amsterdam'
1 ,
in de
meening mocht verkeeren, dat Amsterdam het
verleenen
te
van
de
orde
alleen
der
voor zich-zelf begeerde, kan het
Hoogleeraren aan het Athenaeum te
Tweede Kamer op den 20sten Jan. 1875 werd aan-
dat de
geboden, duidelijk worden, hoe onverdiend diging
van beginseloosheid
in zich
zeer goed, dat het hier ging
om
dit oordeel,
zou sluiten,
mag
hel beginsel der
dat eene beschul-
heeten.
Vrije
Zij
wisten
Universiteit.
van het Hooger Onderwijs gehandhaafd worde. Zij vraagt daarom, dat niet alleeu aan het Athenaem te Amsterdam, maar aan elke stedelijke of vrije Universiteit, die voldoende waarborgen aanbiedt, de bevoegdheid om examina af te nemen zal gegeven Zij
niet
wensoht
alleen
in
slechts,
schijn,
dat
maar
de
vrijheid
in werkelijkheid
worden.
Nader wordt
dit
advies, eenige bladzijden vroeger, op de volgende
wijze aangedrongen:
Met vrijmoedigheid
waagt de Orde het, als haar advies, aan het vergadering dit alternatief te onderwerpen: of men ga uit van het denkbeeld, dat voor het afnemen der examina ook zij geschikt zijn, die aan de examinandi geen onderwijs gegeven hebben, en dan stelle men de Staats-Commisiën in; óf men vereenige zich met het gevoelen, dat alleen de onderwijzers over de bekwaamheden en vorderingen hunner leerlingen kunnen oordeelen, maar dan geve men ook oordeel
Uwer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's