"Strikt genomen" - pagina 130
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
132
TERUGGENOMEN.
toch niet aanging, om, na eerst gevraagd te hebben:
noemen?" hem,
zich
Was dit nu En 'toch, op
als
hij
zich dan
noemen komt,
„Durft die schrijver
te
doemen
tot zwijgen.
zóó onbillijk gevraagd? dat ernstig, broederlijk schrijven ontving ik vierdagen
geen ander bescheid dan deze briefkaart:
later
»DEZE
DOOR
DIENENDE OM U TE BERICHTEN DAT IK MIJ HOUD AAN HET
IS
MIJ
GESCHREVENE.
A Wt B » ,
Mag ik vragen, waarde Broeder, kunt na zulk een antwoord niet verder aandrong ? Zou het karakter;
Ge
daarom
besloot
ieders ooren publiek het
ik ongelijk
„Hoe
had
;
U
en
En
in de Heraut.
terugnemen
Ik
doe dat,
breken en liever voor
spreken van datgeen waarin
uit te
voorts aan dat woord onzes Heeren te herinneren
Tot zeventigmaal zevenmaal /"
ik terug de korte
aankondiging van
ik doe dat niet in weekhartigheid.
Maar
te believen.
dat ik
nog verder ware gedaan?
die correspondentie af te
dikwijls vergeven?
Met name neem
begrijpen,
ik voeg erbij, Christelijk karakter; getoond hebben,
indien ik toen, langs den particulieren weg,
Ik
niet
Uw
geschrift
Noch ook om
U
uit overtuiging.
had ik met sommige geïncrimineerde uitdruk-
niet als
men
kingen bedoeld, wat
er in heeft gelegd.
Verre van dien.
Zoo
o.
beteekende mijn zeggen:
a.
„Men
ziet er uit dat
Utrecht met knappe vrienden omgaat", allerminst dat ik achtte,
om
zulk een boekje te schrijven.
Want
U niet knap genoeg
vooreerst schrijf ik zelf nooit
een boekje, of ik raadpleeg er mijn „knappe vrienden"
U
andere houd ik
Hoe dan
eer voor
vrij
wat knapper, dan Ge
die zinsnêe uit mijn
dameskringen
Enten
altijd over.
in dit boekje uitkomt-
pen vloeide?
Uw boekje Uw „knappe
Amice, reeds lang eer
van den inhoud er van.
Dr. Br. te
uitkwam, kende ik een goed deel vrienden" hadden er tot
zelfs
in
Er was een gerucht van omgedragen, hoe ik verpletterd zou worden. Men maakte er een eerezaak voor Utrecht van. Niet Gij, maar Utrecht zou tegen mij optreden!
En ik niet
te
alsnu alleen
te
veel
over gesproken.
doen merken, dat ik dat wist;
met U, maar met Utrecht
en dus óók wist, dat
doen had
ziedaar al den zin van mijn, voor wie dat niet wist, zeker raadselachtig schrijven. Ik zal geen namen noemen. Maar als in de collegiekamer, van menig
hoogleeraar, uit
den
tot
muur
zelfs
eens
onder de
aan
het
te
propaedeutische
roepen ging";
of
;
professoren, als,
om nog
„de
steen
een ander
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's