"Strikt genomen" - pagina 183
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
PROTEST
aan
de
Iloogleeraren
om examina dan
TEGEN
van
RECONSTRUCTIE DER HISTORIE.
de
stedelijke
en vrije
er grond zijn voor het vermoeden, dat
zal
Universiteiten het recht
Doet men noeh het een
af te nemen.
185
men
noch
ander,
bet
van andere dan Rijks-Hoogescholen belemmeren wil. De Orde meent echter geenszins, dat de Staat aan alle inrichtingen van Hooger Onderwijs, die door gemeenten, kerkgenootschappen en particulieren worden in het leven geroepen, onmiddellijk en onvoorwaardelijk de bevoegdheid om titels te verleenen zou moeten geven. Slechts inrichtingen zullen op zulk een
die
waarborgen
deze{fde
opleveren
krijgen dier waarborgen kunnen vorderen.
zal
als
men
het bestaan
bevoegdheid mogen aanspraak maken, die de Rijks- Universiteiten. Tot het verzoo
noodig
ook een zeker Rijkstoezicht
Prof. Moll verdedigt dan ook uitdrukkelijk liet beginsel der vrijheid
Op
24 van
bladz.
zijne
toespraak zegt
hij
o.
a.
Universiteiten van den Staat zijn onderworpen aan de wetten van Staat. Staatswetten zijn niet onveranderlijk, maar dikwerf weinig
den
elastiek,
—
—
dikwerf
wij Nederlanders weten er van te spreken Schoolwetten zijn bestemd om het onderwijs te bevorderen, maar zij kunnen, het ook benadeelen, de ontwikkeling der hoogeschool stremmen. Daarom acht men het in onsen tijd in landen, waarin de liefde voor de wetenschap wakker is, weldadig, dat nevens te
uitermate
de
stabiel.
Staatsscholen
wetten
afhanklijk
den
die
vrije is,
inrichtingen
opkomen, welker bestaan
niet
van
rijks-
maar van de
vooruitgang
inzichten van ernstig-liberale mannen, en de uitbreiding van het onderwijs naar de be-
hoefte des tijds willen regelen, zonder daarbij te moeten wachten op de bepalingen eener misschien trage of onmachtige wetgeving. In die overtuiging poogde men, ofschoon tevergeefs, in 1848 in Duitschland
.
eene
instelling in het leven te roepen, die
aan eene reeds bestaande
Van
dat
deeld
meer of min
zou
gelijk
zijn
Engeland.
de Vrije Universiteit te Londen lezen wij:
aan een terwijl
in
de
gegradueerden
vrije
omtrent
universiteit
minder geacht werden, omdat
zij
hun
titel
verwierven, blijkt niet;
de Hoogeschool te Brussel het volgende wordt medege-
:
Ook
zij vond hare financiëele krachten aanvankelijk in vrijwillige van mannen die ik gaarne philanthropen noem, philanthropen van den eersten rang, wier weldadigheid meer wilde geven dan brood en kleed en woning voor de behoeften des volks. Antipathie tegen de belemmering die de vrije studie te Leuven van het clericalisme ondervond, was één hunner drijfveeren, maar geenszins de éenige ook onvoldaanheid met het onderwijs der Staatsuniversiteiten te Gent en Luik,
bijdragen
:
dat hun onvolledig of eenzijdig toescheen. Ook deze school leed tegenstand en had groote bezwaren te overwinnen, financiëele en andere. Maar de regeering van Brussel wist
12
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's