"Ons program" - pagina 113
DE GRATIE GODS."
J>BIJ
saamleviüg tegenover de
overheid,
97
dau
Jezus
gelijk
ook zelf deu eed
voor Cajapbas heeft afgelegd.
Dat kan niet anders. en weer herinneren dat
Is de eed een elkaar over
onder verantwoordelijkheid aan den levenden
van dien eed ook geen sprake
tuurlijk
terrein
doet
,
er na-
kerk,
op een
zijn in de
d.
i.
waarop men geacht wordt met bewustheid voor het aangezicht
Heeren
des
men wat men
God doet, dan kan
Maar mag noch kan
te staan.
in een burgerlijke saamleving, waarin de
rechtbank
ondereen
godvruchtigen
en
telijken
zinlijken
gemengd.
zijn
waar elke klacht en elke zaak
,
die eed ter zijde geschoven
ruwen en
Vooral niet
komt
die op de rol
,
met de geesbij
de
gedurig
,
aan het uiet-leveu in Gods gemeenschap herinnert.
Wederdoopers
Bij de
dan ook
die Staat en
,
maar voor
begrijpelijk,
Kerk verwarden
ons, die Staat en
Kerk
als
,
was deze dwaling
twee geheel uiteen-
loopende levenskringen onderscheiden, zou deze dwaling onvergeeflijk
De eed en de
§ 68.
zijn.
atheïsten.
Op handhaving van den
we dan ook
eed dringen
zeer beslistelijk
aan, edoch onder de volgende bedingen: dat
1.
de
aan elke
dat
eed
zoo plechtig mogelijke wijze worde afgenomen en
op
eedsaflegging
vraging of de persoon
op
die
,
zijn
den eed
als
wijze
uiteengezet wat de eed
is
afleggen
beschouwen ze
te veelvuldig
dat aan leden
in
den levenden God
is
gebruik van
,
van den
vergund
kracht en ernst worde beroofd;
zijn
van kerkgenootschappen of vereenigingen
het ook verkeerd begrepen,
zij
het
,
dat de eed niet dan in de gewichtigste gevallen worde afgenomen
en niet door 3.
zal afleggen
de voorlezing van een kort formulier, waarin op duidelijke
gelooft,
2.
minst vooraf ga, zoowel de onder-
eed als zij
die
,
uit,
eerbied voor God en zijn Woord voor den Christen ongeoorloofd
den eed door een belofte
vooraf voldoen aan deze drie voorwaarden:
a.
te
vervangen
,
indien
dat zulkeen overlegge
het statuut van zijn genootschap, waaruit blijkt dat dit genootschap u i
Woord
eerbied voor God en zijn
deu eed afkeurt;
een schriftelijke verklaring, dat hy dit bezwaar van
zijn
h.
genootschap op
dezelfde gronden als zijn genootschap
deelt; en
een schriftelyk getuigenis, dat de belofte, die
wenscht
persoonlijk tegenover
den zou en
4.
zijn,
God op
indien de eed
c.
te
geheel dezelfde wijze bindt, als
hem
dat van atheïsten, d.
verklaren in den levenden
hij
i.
God
vrij
overlegge
overlegge
doen hij
,
hem
gebon-
stond;
van dezulken, die niet onvoorwaardelijk te
gelooven
,
geen eed worde afgenomen 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 512 Pagina's