"Strikt genomen" - pagina 159
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
161
DE VROOMHEID DER TAAL.
een accent
toetsen die
Ge opvangt
leent,
en
anders
Hollandsen
onopzettelijk
het
in
anders de toon
is
Uw
van
toch, wat uiting niet van gansch ander gewaarwordingen
en
bodem van de
geen vrome
historie
Maar
vindt Ge,
vroomheid
die
laat ons
zin,
!
En
!
onzes volks in
oorsprong
zijn
dan niet verder spreken,
althans vergelijkenderwijs
Amice.
met andere volken genomen,
ons volk wél. Niet in zijn oppervlakkige dagen, maar
bij
voor Europa de consciëntievrijheid redt oordeelen. Zie dan toe,
dat
maar
niet bezondigt;
taal
ziel
dagen van diep en ernstig leven;
in zijn
Een
volk.
Drie kleine varianten slechts
glimlach, een glimplach, een grimlach!
Ligt er dus op den
woordvorm,
de
U
Ge
;
als
het tegen Spanje opstaat;
of ook het hoofd buigt onder
Gods
aan den adel en de fijnheid onzer volks-
ook
luister
Gij
liever stil
naar den klop van
het hart; dan vooral wanneer het zich opheft naar den Heilige.
En dan mag
onze taal meespreken.
Schooner taal voor de uiting van het vrome leven
Welk
een rijkdom van
Ge weet
Vrees, is
is
stil,
het,
blijmoedig,
En nu
angst,
is
Maar
te schijnen.
gezocht wordt
en er op aangelegd
om
niet
meer
„dierbaar"
sinds wanneer, o, voortreffelijke taaivriend, sluit Ge,
om
voor de spontane wonderen Gods
heeft
„Geef mij natuur en waarheid weer
Genestets
uitmuntenden
edelst en
Ge hebt me dan ook glazuur
vroomheid
der
En
zijn.
ganschelijk misverstaan, toen
Hoe zou
in
onze
eveneens toen Ge
zijn
in
aan den
helft
zijnen
der
vrede
mij de
meening
onvromer geest zou ge-
réveil dacht, bij mijn ge-
zoo iets hebben kunnen zeggen? Ik,
ik
tweede
taal door
Ge
van deze eeuw het
zuiverder taalvorm.
moêwordens toe op gewezen heb, dat
inleven
berooven gingen van
alsof pas in de eerste dertig jaren
wagen van terugkeer naar
de
was noodig en
keurigst en plechtigst gewaad.
gingt toedichten,
schonden
'
Maar een wee en driewerf wee zou uitroepen, die „om de preektaal te mij-
heerlijk gewijde Hollandsch allengs
den", ons
1
gedaan.
dienst
ik over onze jeugdige predikers
van
vorm
is,
oog?
De
fijn
vreeze des Heeren,
namelijk, als die vrome
de bedrieglijkheden van den toovenaar,
Uw
Maar
bangheid.
ontaarden kan in een tale Kanaans van
dit
Dan
onuitstaanbare ergerlijkheid.
maar
is
kinderlijk ontzag.
is
weet ik wel, dat
vanzelf komt,
er schier niet
is
schakeering!
fijne
niet eerst in deze
vorige af de
van
stille
onzen volksaard,
die
er
juist
tot
eeuw, maar reeds
vreeze Gods en het diepe zelfs in
vromer kringen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's