"Strikt genomen" - pagina 21
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
was
ons
vereeniging,
behoort
universiteit
Heeren flovy,
de
eene
besturen
directeuren
eener
maar
wel;
het
23
EIGENLIJKE QUAESTIE.
1>E
de
welke
voor
dingen,
de
tot
en 'hun mede-
Seefat
grondvesting
waarnaar
mag
niet
zij
Wij prijzen dan ook de bescheidenheid der Christel ijk-Gere-
staan.
formeerden,
waaraan
docenten verbonden, en geen hoogleeraren.
zij
mag
wie
vraag:
grondig werd besproken;
universiteit stichten? eens
U
Bescheidenlijk heb ik
de
indien
wezen,
aangenaam
zeer
hebhen
school
theologische
een
slechts
die
liet
gesticht,
zou mij
een
eigenlijk
r
1
)
toen verzocht deze aanklacht terug te nemen.
Ik deed het op een manier, die mij, tot mijn niet geringe vreugde,
dank
een schriftelijk woord van schrijven
mijl)
1
U
Ter overreding wees ik Statuten
Wet; op
op de
om Uw
ook, als
Academiën
der
op
maar
;
run
„voor den vriendschappelijken toon
Uwerzijds deed inoogsten.
'
Konings besluit op onze
's
wetenschappelijke consciëntie te prikkelen,
heur loop in onze eeuw; en den
oorsprong;
strijd,
waarin ze verwikkeld raakten.
Hadt Ge nu
mij over dat punt van het stellige recht niet langer
laat
mannen
Daar weten
twisten.
Fabius licht meer van dan dus
klacht
terug.
Maar
ik.
—
!"
talentvolle,
nu
Ge,
„afwijst";
dege
rechtvaardig
bloot
althans,
was
rest
nu
te leggen.
mij,
en
zij
U
Uw
pen hebben
op historisch terrein
het ook onhoudbare, retraite te laten. hiervan,
mijn bescheiden verzoek kort en
Uw
verdict wel ter-
dus niet behoeft herroepen te ideëelen,
mijn
tot
Altijd, natuurlijk,
spijt,
maar
zelfs
ook
in
worden
;
niet
staatsrechtelijke)?
U
wel niet anders; dan
na geleverd bewijs dat Ge
op dat punt
U metterdaad nu
vergist.
Tot dat bewijs ga
)
zoo ge wilt, mijn
zonder bede-Yorm, den eisch tot herroeping nogmaals voor
twee malen hebt
J
geen bezwaar gehad,
en
U
mijn grief wel terdege staande te kunnen
stede
in
historischen
in
nu
;
ik,
met
op historisch en ideëel gebied meen ik
en driester dan ooit volhoudt, dat
goed
zin
allicht
Uw
de eer van
niet
Lohman en
Keuchenius,
Geer,
Amice, dan zou tact en dieper wijsheid
had ik
bestierd, en
Maar
zie,
als
De
Voor de Wet neem
zie ...
toch op deze en die gronden
houden
Bede eens
deze
beschikken, maar mij in dezer voege geantwoord: „Lieve
„afwijzend" te
Vriend,
kunnen vinden, om op
goed
ik
dan nu over.
Ik cursiveer. Het kapitaal uerlrukte stond cursijf in
uw
Kroniek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's