Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 65
G5
om
Onze Kerk moet hare zelfstandigheid bewaren,
a.
haar heeft verwekt, en Zijn werk in
die
wil,
Christus'
leven heeft willen
't
behouden.
moet
Zij
h.
goede
het
èn de
tucht,
doen door het eigenaardige van
dit
haar toebetrouwd;
pand,
te
beschermen tegen
door zoo
en zoo
veel
roeping,
liare leer,
dienst en
der Gemeente, de vrijheid van den staat en
vrijheid
van de hiërarchie en van de enz.;
de Geref.
nl.
rijk
officieuse boeien:
geld, stand, talent
gevaar van buiten en van binnen, en
alle
mogelijk er winst mede te doen op elk
gebied; en zooveel mogelijk „proselieten" en medearbeiders van en
voor die beginselen en hun winnen,
in
Heeren mogendheid
's
Koning
Patroon,
Jezus,
zonder zich door
;
trachten
iets of
te
iemand
daarin te laten ophouden.
Zal
c.
zij
hoe meer
moet
dat kunnen, dan
naar
de
zoowel in hare besturen
als in
zich
,
naar binnen, hoe langer
den gemeentelijken en individueelen
arbeid van leeraars, opzieners en is
zij
van Christus' lichaam organiseeren
levensorde
leden
;
waartoe allereerst noodig
moederlijke zorg voor de Theol. school en lagere scholen, tot kwee-
king van degelijke Bedienaars des Wooixls en onderwijzers, alsmede en middelen voor de leeraars tot voortdurende oefening en talrijk corps ouderlingen catechisatiën,
niet alles
d.
tijd
bekwaam
der Kerk,
eiken
tot
prijs,
Woord Gods
en de
ook waar de Leeraar
kan doen, moet worden gezocht en verkregen.
Naar buiten moet
schijnen
een
aanwending van de beste krachten voor
;
op welke degelijk onderwijs in het
Belijdenisschriften
;
—
zij
niet: blinken
—
door helder bazuingeklank en een platen
van haar
licht", in teedere godzal'gheid,
de kracht der waarheid, der „Geref. beginselen", aangenaam trachten
te
ook dat de al
zij
bij
in de
de
,
„modernen" en wat,
en te zoo
maken
naar
oogen van vijand en vriend. Daartoe behoort
gereformeerden", de „ethischen", de ,roomschen", bij
ieder
den Woorde
ander erkenne, en in navolging eere,
Gods,
op zich zelve
is
goed
te
keuren
waardeeren, en de gemeenschap met Gods volk buiten haar
ruim en
liefelijk
keure of vergoelijke,
mogelijk oefene, maar
wat
niet
is
naar
't
—
in
niemand goed-
onfeilbaar Getuigenis, en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's