"Strikt genomen" - pagina 213
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
DE THEOLOGISCHE FACULTEIT EN DE KERK.
geeft
als
meening
eigen
zijn
te
kennen,
dat
woordeke
men
„sommige" vóór „leeraars" in Ef. 4 met dwingend gezag geen vier ambten
er
215
het
ontbreken van het
11
klaarlijk toont, dat
:
uit halen
kan.
Reeds Voetius vermeldt het gevoelen, dat er onderscheiden dient te worden tnsschen Ecclesiastieke doctoren en Academische leeraars; waarbij hij echter terecht opmerkt, dat er alsdan volstrekt geen sprake 3.
is
of zijn kan van een ministerkim juris divini,
d.
i.
een goddelijk ambt
:
der kerk.
Op
de tegenwerping, dat de theologische faculteit toch kerkelijke adviezen geeft, de boekencensuur uitoefent en de proponenten examineert, 4.
antwoordt
Voetius,
maar
doen,
dat
deze
als
daartoe
hij
5
hoogleeraren dit niet krachtens hun ambt
door
de kerk expresselijk uitgenoodigd of
o-e-
machtigd. Terwijl
eindelijk op de vraag:
„of het doctorschap (of pro-
fessoraat) een heilige en kerkelijke betrekking zij?" als zijn gevoelen ten
bescheid
geeft:
„Heilig,
zeer
zeker,
in zooverre het zich bezig
houdt
met de heiligheden Gods, en kerkelijk in zoo verre het onmiddellijk gelijk sommigen, of slechts middelijk gelijk anderen beweren, met de kerk en de kerkelijke dingen van doen heeft."
Dat hiermee door Voetius echter volstrekt het
professoraat
ambt p.
kerk
de
in
en
het
zijn te
predikambt
b.
beschouwen,
blijkt
het professoraat in de theologie een goddelijk zij
die in
Ef.
4
:
hij
is
hij
op
op de vraag: „Is dan
ambt?" aldus: „Dit zullen
de doctoren separaat nemen,
11
Edoch met zekerheid
woorden.
overtuigend uit wat
Te weten, daar antwoordt
489 aanteekent.
niet bedoeld wordt, dat
in gelijken zin als goddelijk
v.
liefst
dit volstrekt niet te
met
ja beant-
Noch
beweren.
onze theologen noch onze kantteekenaars geven dit zoo voetstoots toe.
En
verwijst
om
der Kerkorde
men aan
dan, gelijk
sommigen ook nu weder, naar
te duiden, dat in dat artikel
onder de ambten worden opgesomd, dan zegt Voetius
maar
2
:
„Dat
is
ook
zoo,
er staat volstrekt niet dat het doctorschap onmiddellijk en krachtens
positief
goddelijk recht in het leven trad.
kel aanduiden, dat dit
ambt krachtens
en door kerkelijk besluit in het voorzanger
noemd ook
art.
óók de doctoren toch
zal
de
krachtens
Evengoed toch kan
goddelijk recht slechts
stellige recht
zou optreden.
is
dit arti-
toegelaten
Zooals een
b. v. volstrekt geen goddelijk ambt bekleedt en toch opgeworden onder de kerkelijke bedieningen. Of anders kan het
bedoeling der Kerkorde het
zijn
om
aan
te
duiden, dat de doctoren
natuurlijk recht der feiten bestaan, in zooverre een kerk,
niet voor haar wezen,
maar dan toch voor haar welwezen,
pleitbezorgers
van haar belijdenis tegenover den ketter en aanvaller behoeft."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's