Open brief aan Dr. A. Kuyper, hoogleraar aan de Vrije Universiteit op gereformeerden grondslag, en redacteur van "De Heraut", alsmede aan de "Heraut"-lezers en alle gereformeerden in den lande - pagina 22
ook onze goede broeder
tijd
A.
S.
van de „Heraut" verteldet wat
v.
zou hebben geschreven over de drie volgens
—
worden"; toen
omdat
—
venia
sit
-geef mij drie regels schrift,
toen
dat,
Vergun
mij
noodig.
En
zijn
hij
hem
raan van ervaring
weg: ^en
loopbaan :
te
lef
te
geven
't
;
te is
„de Heraid"
uit
nog meer schuldig dan Dr. Kuyper, nemen is, dat hij, bij al wat hij heeft, niet alle christ. bladen nauw-
uw
stuk
is
afgegaan. Laat mij
erkend gedwaald
te
gij
openlijk
hebben en gansch
onbillijk
geweest jegens mij èn jegens
het geval
.
.
Ds. Beuker.
.
Wat
toch
?
maar
Vred.,
Ds.
B.,
van „de Vrije Kerk",
red.
dat oordeel over die 3 Leeraren geschreven; „de Vrede-
heeft
bond" nam het „Dat
is
flinke
slechts
over,
en
taal";
—
zijn
verantwoordelijkheid te dragen. staat.
ook
liet gij
dezen regel
juist
van u beide mogen verkrijgen dat
dit
A. Niet de
er
al. 1,
te
en die misschien op
leest,
zijn
bleek reeds dikwerf
citaat zijt
lezen en te schrijven
nu echter in
begon, een
er niet in te hetreMen''\ ?
wien het minder kwalijk keurig
moet
raad hebhen gegeven vooral de docenten van
den
die
gij
vooral op de proccs-stulilcen.
H. moet ik vragen: waarom
d.
v.
ge-
zijn
deelt ergens
als rechtsgeleerde
toevoegde
ook u dien raad aan
met uw krank
Gij
zij,
dacht ik aan het spreekwoord: en ik zal bewijzen dat
het door u aangehaalde stukje uit de Vred.,
Kampen
omdat
uwer Vereen,
lid
zij
worden opgehangen". Mr. Groen van Prinsterer
mede
Vrecïehond''''
G. Leeraren;
C.
„sympathie hadden betuigd voor de Geref. Universi-
u,
en, volgens v. d. H.,
teit",
Hoorn, aan de lezers
d.
„dusgenaamde
die
niet
redacteur
Doch dan
is
jl.
—
met een
bereid dciarvan de
—
B. leze
men wat
Niet over de „betuiging van sympathie" was sprake; over het
grijpelijk dit
maar:
N". 19, 5 Mei
ook
lid
worden op
zich zelve
—
hoe weinig be-
zooals de zaken der Universiteit
zij,
nu staan
maken van onze Docenten en aldus onze Kerk en School van de Stichters der
over het verdacht
opzetten
tegen
Universiteit.
En
zou dat dan niet eenige „reden van naden-
ken" geven?
De
Vred.
voegde
„de Heraut", dat
er
zij,
het verzoek die
bij
aan de redactie van de
ongevraagd den raad dier dwalende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's