Bede om een dubbel "Corrigendum," aan A.W. Bronsveld - pagina 13
U
d(tc)v
dienen
stellen
te
gend
of
eischt,
noemen van dien naam bedoeld
hij
praegnant gelnniik, ter aanduiding van Gods „heer-
zijn" over alle schepsel; 3^. dat de heilige
Heere werd teruggegeven. Dus ook
wat
zeggen
niet
wil
omstuwd,
4".
eigen
printbijbel
woorden de
beide
Wat
dit
slot-e
behouden.
van
persoon
godheid
juuildelijk in|"
dus er
en de
hem
God!"
mijn e
als
menschelijke
zijn
praegnanten zin
Heer
hem
eeren,
te
Jezus
in
zijn
aardsche leven
„Heer" en nooit „Heere"
altijd
zoo dikwijls personen, die niet de intentie hadden
schrijven,
te
^ijn
en
;
weergeeft, eveneens onveranderlijk
betreft, zou, naar den aangeduiden regel, zijn
is",
door de en-
en door hen wordt aangebeden
is,
uitstekend
den
daarentegen
die,
„de Heere Heere heeft gesproken", gelijk ook
de zegswijze:
in
dat
UAv
God
hiin
met
altijd
der heirscharen''';
Heirvoerder over het engelenheir
een
„die
:
verbondsnaam nin^
mNl^ mn' „Heere
in
wat mn^ nooit beteekenen kan, maar de Verbonds-God, gelenheiren
werd
steeds geschreven
„Heer'" slechts dan wierde afgekort, als de euphonie dit drin-
in
2o.
uitzon-
rliytluiiische
correct te zijn, derhalve als regel
naam van God
de
dikwijls uitsluitend het
,Heere", zoo
werd;
P. dat
:
om
men,
zou
daarlatende,
deringeu,
als
worden, evonuls
wel met dv slot-c gU'speUl
op
oog hadden
het
tweemaal
niet
is
tenzij
ze
om
meer be-
;
of ook
:
„heer of meester" hnlde boden.
Thomas men
van
missen kunnen,
aanspraken
rabbi
verschijning
hun
als
gewoon
„Mijn
en zou
hetzelfde,
uitgang van den vocativus
als
aanhechtte.
Natuurlijk
zouden
deze
regelen,
indien
sprake
er
viel
van
een
nieuwe Bijbelvertaling, nog veel nauwkeuriger behooren gepraeciseerd
te
worden, maar voor de quaestie in het algemeen biedt het bovengezegde naar
volkomen duidelijke en toereikende vingerwijzing,
mij voorkomt, een
taalzuivering op dit heilig gebied reeds aanmerkelijk zon
Maar moet nu spreken
dig
van
reeds uit dien hoofde het oneerbiedig
„Heer",
als
men „God"
élke rede strengelijk gewraakt worden, dit
linguistisch
begaan wordt ergst
bij
misdrijf,
als
het
die tot
kunnen bijdragen. en ontaalkun-
bedoelt, in élk
geschrift en
nog van
veel erger natuur wordt
door
U, helaas, geschiedde)
(gelijk
een uitgave van den tekst der Heilige Schrift,
en het
nog zoo het aankomt op een herdruk der Staten- vertal ing. Hier toch heeft men met de
heiligste Scliriftuiir en
tuur met een kenrig en gansch kunstiglijk bewerkt
h\\
die
Schrif-
monument van
taai-
zuiverheid en taalschoonheid te doen.
Zeggen de Duitschers nieuwe even
Hoogduitsch
de
dat Lutlier door
geboorte schonk,
hetzelfde van ónze Bijbelvertaling
zijn in
Bijl>elvertaliug aan
niet
veel
worden gezegd.
minder
zin
h<'t
kan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 48 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 48 Pagina's