Bede om een dubbel "Corrigendum," aan A.W. Bronsveld - pagina 44
40 tegen ons, dat Gij hun met den lepel ingeeft, reeds volop indronken) ver-
we verkeerde
tellen dnrft, dat
ons ijdeltnitig spel drijven en op veroorloven
hebben nitgeschnd,
moeten
professorstiteltje
erf der wetenschappen ons zijn
,
—
dingen
dan zon ik toch wel het
van wetenschappelijken ernst en persoonlijk eergevoel
overblijfsel
laatste
liet
waartoe we niet bevoegd
,
met een
lieden zijn, die
indien
het
ik
hoon en
tegenover zooveel
verguizing voor mijn directeuren en curatoren niet had opgenomen
door
,
eens te doen zien, met hoe weinig „metreten" kennis (naar den maat der
wetenschappen gerekend) de publicist opereerde
,
die óns
goed en deugdelijk
recht, derwijs, al keuvelend dorst wraken.
ü
Ik kon
Ook omdat
ditmaal
ongedeerd en onweersproken laten uitgaan.
niet
ik mijn verantwoordelijkheid
waart
Gij
ting.
Dit was te veel eere.
te laten
„de ziel" te noemen van heel onze stichMaar toch heb ik aan het vaderschap de-
zoo vriendelijk, mij
stichting te groot aandeel
zer
heb tegenover het publiek. Eens
,
om
het publiek onder den fatalen indruk
alsof ik, zonder wetenschappelijk op de hoogte te zijn
,
losjes weg
En mag
ik dan nu, wijl
zinsneê, ook den raad aan
Gij
uw
onze stichting geen penning
in het
verband van
lezers niet onthieldt,
bij
te dragen",
ging van mijn medestanders besluiten,
zoo
maar
zij
uw
„om
thans ontlede
toch vooral aan
met een woord
bemoedi-
ter
het dan met dit prachtige citaat
wat Von Savigny van de beroemdste Hoogeschool der wereld schreef:
uit
„Wat secties,
den
De universiteit zelve, de faculteiten, arm; en de kosthuizen, die veel te van rijk. De Parijssche universiteit hezat
waren
ze
alle
waren verre
,
lang geen eigen academiegebouw delen
een
in
alleen
kerk
heel de
verkreeg in
of
,
klooster.
de nationale
stichting
een
van meer schats,
moed toegebeden Die
uw
zij ,
zelfs
Maar zuiver
juist door dien geldelijken geestelijk
Een
allicht spoedig zou
U, amice, aan het
karakter,
om
zelfstandigheid
hebben ingeboet."
slot dezer studie,
onbewimpeld het door
p.
343.
,
die ze
^)
den Christelijken
En
onder hen steller dezes.
t.
t.
KUYPE 1.
ze
U begane onrecht te herstellen.
eere liefhebben, rekenen daarop.
Amstekham, 30 Januari 1880.
o.
nood
zoodat
Vale faveque
Ij
eenwen-
meerderheid kracht zocht, en even daardoor onver-
geestelijke
En hiermee
betalen had-
zoodat ze herbergzaamheid moest afbe-
Avinlijk stond tegenover alle Staatsinvloeden.
bezit
was
de ^universiteit van Parijs zoo zeldzaam machtig maakte,
hare armoede.
juist
])ij
,
geraden had tot een ongeoorloofd plan.
R.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 48 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 48 Pagina's