"Strikt genomen" - pagina 129
het recht tot universiteitsstichting, staatsrechtelijk en historisch getoetst
renden
zin over een
TERUGGENOMEN.
131
paar volzinnen uit de
Vliegende Blaadjes sprak, en
met de vraag,
eindigde
hebben zich
zeggen,
dat
maar dat
U
van
Er
mij waren.
vriendelijk epistel
U
gebood
mocht
U
zeggen, dat de door
te
ging,
zeggen,
durf
ik
om U
Stemmen,
dier Blaadjes mij niet
de redactie
over
ik
Uw
paar regels voor
een
daarop
eerlijkheid mij
volzinnen
moed zou
noemen.
te
zond
Ik
of
schrijver dezer volzinnen den
de
te
uitlaten,
afgekeurde niet-on-
een
bij.
ik tot mijn innig leedwezen dit korte antwoord:
Daarop ontving
Utrecht, 26 Aug. 1880. Amice!
komend van een
Thuis
bijgaand stuk van u, dat ik de vrijheid
De beleedigende mij
verbiedt
hebt,
voort
strijd
behoeft
Op hetgeen
laatste
woord niet
in
mijn
uw
thans zult inbrengen
gij
te
»Bede" geschreven
op te nemen, en met u den
tijdschrift
op een antwoord van mij niet
gij
zenden.
te
over mijn antwoord op
gij
van uwe hand
iets
zetten.
te
datjes",
waarop
wijze,
dat ik mij veroorloofd heb, vind ik
uitstapje,
neem u terug
mijn «ditjes en
tegen
rekenen
J
Mij
).
is
het
om
het
te doen.
Geloof mij
Uw A.
Toen heb
om U
gezonden,
U
U
ik
te zeggen, dat, indien ik
Uwaart
Uw
afwijzende
op
De
)
zijn
mij te
omdat Gij mij
l
vergeving te
uit
de, in
me
in
weg
beleedigd had, de H. Schrift te
;
beschikking
terug
U
te
verzoeken voor-
En
komen.
te
om mijn naam
zeer populairen
dat gansch andere
te verzekeren,
maar ook om
;
hadt opgeroepen,
zelf
volzin
om U
;
bezielden
U
nemen om U te verklaren, vragen voor wat min goed in mijn
deze ergernis
mocht geweest
gevoelens
alsnog
om
U
was
bereid
ik
schrijven
ilw.
Bronsveld.
nogmaals een eenigszins warm broederlijk woord toe-
den weg aanwees,
dat
W.
te
toon geschreven,
dat wel
noemen ; en het nu
blaadjes,
waarop
Gij doelt,
luidt aldus:
dat
«Niet loopt
volk
pas
over het
in
en
te
namelijk:
Ook
ditjes
spel
is,
onpas
in
wat
verderfelijken
brengen
ik
allerlei
tol
dit
met een
moet er
kon
datjes,
geschil
maar
ga mengen.
glijdt over
ijskoud hart heen.
antwoord op Kuypers Bede
Zijn
de hoofdquaestie, die voor ons arme
Er worden heel wat vreemde boeken
aangehaald, maar de groote vraag, die mij
invloed
den
Bronsveld*
en
gebeuren
van
om
te
ontrukken
Christus"? daarover spreekt deze altijd scherpe
Maar wat
waar, én dat dit de ^oo/d-quaestie
is,
te
op het harte weegt,
de herders en leidslieden van ons volk aan dien
de hoogere Staatsscholen
vriendelijker.
altijd
steekt
man
en
wcèr terug
te
geen woord."
er beleedigends in?
Of
is
én dat Gij over die quaestie heenlièpt?
het dan niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 214 Pagina's