Bede om een dubbel "Corrigendum," aan A.W. Bronsveld - pagina 24
20 kelijk,
dat vlak het tegendeel
haald.
En
of onbevoegdheid beslist
heid
gedane benoemingen
De
waar
op de basis van dat ;
goedvinden
het
in
gel^k
U
Gij
volstrekten
of
zin
onberispelijk
om
bevoegdheid van de Vereeniging,
zijn.
ligt volstrekt
liefhebberij van eenige particulieren,
in de
maar wel terdege
inbeeldt,
hebt ver-
lezers
het eenige dat over èevoegd-
:
rechtsgrond toch voor het professoraat der benoemden
niet
is
recht
staat het alzoo ontwijfelbaar vast. dat de
meest
den
in
uw
van wat Ge
is,
stellige
in de
De nemen
wet van het land.
op dien rechtsgrond plaats
te
erkend en goedgekeurd door een souvereine daad van Z. M. den Koning;
En
behoorlijk door een minister gecontrasigneerd.
katheders voor hoogleeraren
benoemen de
leeraren te
scheppen, en
te
theologiae
om
Waar
dat
voegd,
academisch
benoemd
genoemde Koninklijk
de
in
—
is
besluit
bepalingen van ons canoniek noch van ons
ook maar één enkele zinsnede voorkomt,
recht
heeft,
overmaat van onberispelijkheid nog aan dient toege-
als
noch
er
om
eindelijk,
voor die katheders als hoog-
die ze
doctores.,
rechtstreeks aan de gemelde Rijkswet en het ontleend.
haar recht
die
haar van
mowopo/i'e-schending kan overtuigen.
Maar
waar
Collega,
Gij
heen wilt!
De jure
het jus constituendum een zijpad, waarlangs Ge, na
immers
maar,
korte
deze
Amice
U,
begrijp
ik
conslituto loopt naar
ook
in
uw
bondige uiteenzetting, een
oog,
haastig ontkomen zoekt.
Welnu, ook daarop wil dan
Niet
tot
een
bedoel:
te
in
zijn.,
„Gij
zijt
protest
publieken de
waart,
„o.
maar
gij
dan
zou ik ook
U
volgen.
Dat
evenwel.
spreekt
„ideëele recht" te beroepen hebt
geschrift
geneeskunst
uit",
zeg: is
vanzelf.
Ge
niet.
Want Als ik
„Gij oefent, zonder daartoe
het
daartoe volgens de bepalingen
als ik, over zulk een
de uitvlucht:
zou,
onder
op het
arts
bevoegd
En
U
om
recht
ik
klaar als de dag, dat ik
van
uitval geïnterpelleerd, mij
de wet onbevoegd".
dan zocht
te
redden met
Ik heb ook niet bedoeld, dat Gij voor de wet onbevoegd
alleen
dat,
indien de wet ware,
uw bevoegdheid zoudt in uw oog een „dekker
verliezen", vaiï
zoo
—
als
ik
die irenschen
aftochten"
niet waar, amice, zijn,
dan
zonder zelfs
bij
dat dekken eere in te leggen door fijnheid van vinding.
Door den H.H. van Boetzelaer
c.s.
na
te geven, dat ze
gedaan hebben
„wat hun
niet toekivam''\ en
van de Heeren De Savornin Lohman
schrijven,
dat ze gehandeld
hebben krachtens een lastgeving hun „door
een
onbevoegde
machV
verstrekt,
hebt
ook
Gij
c.s.
te
dus wel en deugdelijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 48 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1880
Abraham Kuyper Collection | 48 Pagina's