Het dreigend conflict. - pagina 26
24 1880, doordien sommige rechtzinnige Ouderlingen wel bij de aanneming van moderne jongelieden opkwamen, maar die aanneming zelve tegenhielden. En na '1880, doordien de rechlzinnige ouderlingen weigerden op den voet van het nieuwe artikel, aan het werk der aanneming ook
maar
deel te
nemen.
Wat zouden de moderne
predikanten en hun moderne leerlingen
thans doen?
hun
gemeente was elke toegang hun versperd en was het H. Nachtmaal te geraken, hun afgesneden. Ze wilden hun leerlingen niet naar rechlzinnige predikanten zenden.
In
elke weg,
om
eigen tot
moderne predikanten konden ze geen ouderlingen vinden. En zonder de presentie van een ouderling was de aanneming niet geldig. In die verlegenheid bestond er dus voor deze moderne personen, die, hoe dan ook, toch den toegang tot het Heilig Nachtmaal forceeren wilden, geen ander redmiddel dan het bekende huisiniddeltje van de Attesten. Wel had men nog een anderen uitweg kunnen inslaan, en naar te wachten staat, zal ook die uitweg wel gebaand worden. T. w. dat door een derde omwerking van Art. 38 nu ook de tegenwoordigheid van ouderlingen zelts niet meer noodig wordt gekeurd, en de moderne predikant met de oproeping van een oud-ouderling of «geacht gemeentelid" volslaan kunne. Maar voor het oogenblik was men zoover nog niet. Op dit oogenblik is het nog alloos onmisbaar, dot er een ouderling voor spek en boonen, gelijk het volk zegt, bij zilte. Men moest het dus wel over den boeg van de Attesten wenden. En zoo is het dan ook geschied, dat jaren achtereen door de slapheid en de toegeeflijkheid en de onnadenkendheid van vele Kerkeraden geheele reeksen van attesten aan moderne jongelieden zijn uitgereikt, die daarmee naar een dorpje buiten de poort gingen daar inderhaast zich lieten aannemen; en nu voorts vanzelf het recht hadden, om zonder meer in hun eigen kerk aan het H. Nachtmaal des Heeren toe Als
;
te
treden.
Reeds in 1880 had de heer Feringa voorzien, dat dit kwaad komende was, en was deswege door hem een voorstel in den Kerkeraad gedaan, om de afgifte van attesten niet meer door een loopende Commissie te doen plaats hebben, maar elke aanvrage van dien aard in den Kerkeraad zelven te behandelen en voorts aleer men afgaf, de aanvragers 'tzij voor den Kerkeraad, 'tzij voor een aparte Commissie van onderzoek te citeeren, die alsdan elk geval afzonderlijk onderzoeken zou. En hierin is toen de Kerkeraad wel getreden; maar de toenmalige predikanten hebben de uitvoering van dit Besluit feilelijk onmogelijk gemaakt, door de één voor, de ander na, voor het lidmaatschap van deze Commissie Ie bedanken. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1886
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1886
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's