Het dreigend conflict. - pagina 28
;
:
,
:
20 Alzoo stond de quaestie toen de Kerkeraad den 5den Maart jl. door den Praeses, Ds. Posthumus Meyjes, wierd saamgeroepen, om én op deze klacht, met bijbehoorende adressen, én op deze aanvrage om te beslissen.
altesten,
voor, deze aanvragen om attesten te verzenden naar de Huishoudelijke Commissie, teneinde onderzoek naar het zedelijk gedrag van deze personen in te stellen, en, leverde de uitkomst van dit onderzoek geen bezwaar op, alsdan de gevraagde altesten uit te reiken. Hiertegen echter kwamen onderscheidene leden in verzet, als die oordeelden, dat het hier volstrekt geen formeel bagatel, maar wel terdege een diep ingrijpend beginsel gold. Tengevolge van deze oppositie wierd het voorstel van den Praeses dan ook verworpen, en alsnu besloten, om alle stukken, die op deze zaak belrekking hadden in handen van een Commissie te stellen, en wierden in deze Commissie benoemd de II. H. Ds. II. W. van Loon, Ds. B. van Schelven, VV. Kuhler en Mr. D. P. D. Fabius. Deze Commissie won, zooveel ze kon, ook het oordeel der broederen in, en zond onder dagteekening van 16 Maart 1885 aan den Kerkeraad dit navolgende rapport
De
voorzitter stelde toen
De Commissie benoemd om te vapporteeren in zake de z. g. aannemings-kwestie zag zich in handen gesteld a. een bezwaarschrift van ouders voogden en beschermers van catechisanten der H. H. Berlage c. s., gesteund door adressen van gemeenteleden behelzende klacht over de ouderlingen der kerkelijke wijken 3, 4 en 12, die, door hunne weigering om bij de z. g. aannemingdoor die heeren te assisteeren aan catechisanten den weg afsneden om ,
,
,
aangenomen en
b.
te
worden
verschillende aanvragen
om
bewijs van goed zedelijk gedrag
kunnen worden aangenomen. Naar de meening der Commissie heeft dit alles betrekking op ééne. zelfde zaak, die zeer gevoeglijk in één rapport kan worden behandeld. Wat a betreft meent zij uwen raad niet anders te kunnen adviseeren dan om volkomen instemming te betuigen met de handelwijze dier ouderlingen die geweigerd hebben om te assisteeren bij eene handeling, die niet geschieden zou naar de ordinantie van den Koningder Kerk. Van den anderen kant heeft uwe Commissie gemeend niet te mogen voorbijzien hoe verwarring van den feitelijken toestand met ten einde elders als lidmaat te
,
,
,
den toestand zooals die eigenlijk zijn moet, een schijn van recht geeft aan de klacht van adressanten. Zij acht het daarom noodzakelijk, dat door uwen raad eene poging aangewend worde om door beknopte uiteenzetting van de positie, de klagers in te lichten, en zoo mogelijk hun het onrechtmatige hunner klacht te doen inzien. Een ontwerp van antwoord in dien geest gaat hierbij als bijlage A. Zij stelt voor, dat antwoord nadat het zal zijn vastgesteld vanwege den Kerkeraad ,
,
,
het officieel gedeelte van het Predikbeurtenblad. aangaat b zoo meende uwe Commissie dat het noodig
te plaatsen in
Wat zich tot
,
eerst
het
te
doen
,
vergewissen
van
dien
van
stap.
was
de motieven, die de aanvragers leidden
Er konden redenen bestaan
die in de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1886
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1886
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's