Het dreigend conflict. - pagina 17
,
:
15 Ouderlingen te
het
recht
afwijzing
lot
van
moderne
leerlingen
ontnemen.
macht bij het werk der aanneming moest van de op den predikant alleen worden overgebracht. De moderne predikant moest heer en meester worden. Hij moest kunnen leeren wat hij verkoos, prediken wat hem goeddacht, en zoo nu ook ten slotte kunnen aannemen al wat hen geviel. En dat niel alleen, maar ook bij de bevestiging moest aan moderne leerlingen geen hinderpaal meer in den weg kunnen gelegd worden. Dus ook de bevestiging moest voortaan geheel aan den predikant worden Al de ouderlingen
overgelaten.
Het goddeloos artikel gegoten in dezen vorm
nu,
dat
hiervoor dienst moest doen, was
Zij, die als lidmaten der Kerk wenschen te worden aangenomen, melden zich daartoe aan bij den predikant hunner gemeente; in gemeenten van twee of meer predikanten, bij den predikant, die hen heeft onderwezen, of, zoo zij niet tot de leerlingen van een der predikanten behooren bij den predikant hunner keuze. De Kerkeraad na zich te hebben verzekerd dat er tegen het zedelijk gedrag der aannemelingen geene bezwaren zijn vaardigt tot de aannemingaf den predikant bij wien de aangifte heeft plaats gehad en één of meer ouderlingen. Door den predikant wordt, met inachtneming van de vatbaarheid en de ontwikkeling der aannemelingen een onderzoek ingesteld naar hunne kennis van de Christelijke geloofs- en zedeleer en van de bij bel sche en kerkelijke geschiedenis met name ook van die der Hervorming. Het onderzoek wordt zóó ingericht, dat de aannemelingen gelegenheid eidangen niet alleen om van hunne verkregen kennis te doen blijken maar ook om belijdenis af te leggen van hun Christelijk geloof. Wordt de maat der verkregen kennis door de meerderheid van de afgevaardigden des Kerkeraads onvoldoende bevonden dan heeft de aanneming geen voortgang. Bezwaren tegen de geloofsovertuiging der aannemelingen leveren geen grond tot afwijzing op wanneer zij zich bereid verklaren, toestemmend te antwoorden op de vragen, die hun naar ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
art.
39 zullen worden gedaan.
De aanneming
geschiedt
namens den Kerkeraad door den
predikant.
Tegen de invoering van dit artikel heeft al wat rechtzinnig in de kerken dezer landen was, zich met hand en tand verzet.
De Predikanten-vereenïging,
die te Ulrecht
saam kwam, benoemde
een commissie, om in breedvoerige memorie aan te toonen, waarom de Kerke Christi zich aan zulk een dwang niet onderwerpen mocht, en die commissie heelt bij monde van de H.H Dr. Van ïoorenenbergen en Dr. Bronsveld zulk een advies dan ook uitgebracht, en daarin aangetoond, dat, gaf men dit punt toe, de Kerk van Christus ware opgelost. Overiuigend toonden ze aan, dat met invoering van dit artikel de Belijdende Kerk haar aard en wezen inboette , het presbyteriaal karakter onzer kerkregeering in clericalisme onderging, en de zedelijk-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1886
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1886
Abraham Kuyper Collection | 88 Pagina's