Uit de diepte - pagina 329
323
Gods gemeente moet
Hem
jubelen: »Hi) is onze vrede." De vrede, dien Hij schenkt
roemen, en moet met den apostel
is de vrede met God. Door Hem wordt weer hersteld, wat in Edens hof zoo jammerlijk was verbroken. Door Hem komen de geloovigen in de rechte betrekking tot God. Door Hem mogen ze betuigen: »Abba, lieve Vader!" Dewijl de Silo de Vredevorst is, heeft alleen Hij over den vrede te gebieden. Dus kunt gij geen vrede deelachtig worden dan door Hem. Maar nu is het voor Gods aangevochten volk zoo bemoedigend, dat Hij over den vrede beschikt. Waar zouden Gods aangevochten kinderen zich bergen, als zij door hunne vijanden worden besprongen? Nimmer zouden zij zich kunnen verheugen, en hun troostelooze zielen zouden steeds her- en derwaarts geslingerd worden, indien Hij niet over den vrede te beschikken had. Overmits Hijzelf de Vredevorst is, nu is het dan ook zoo opbeurend voor die armen en ellendigen, dat, waar Hij komt, de vrede gesmaakt wordt. Van dien vrede getuigde de stervende aartsvader. Ja, van dien rijken vrede, van dien onnaspeurlyken rijkdom, waaraan hij reeds door het geloof deelhad, kon hij niet zwijgen; daarvan nog moest hij stamelen: i>Hij bindt zijnen jongen ezel aan den wijnstok en het veulen zijner ezelinne aan den edelsten wijnstok; hij wascht zijn kleed in den wijn en zynen mantel in hij is roodachtig van oogen door den wyn, wyndruivenbloed en wit van tanden door de melk." Hier spreekt hij dus van den grooten rijkdom, dien deze Silo zal aanbrengen. Wijn en melk worden hier genoemd ten bewijze van de overvloeiende schatten, die de Heere aan ,
;
zijn volk verleent.
Ja, de vreugde en de sterkte, welke de Heere den zijnen geven zal, is onmetelijk. Daarvan genieten Gods kinderen hier op aarde slechts een weinig. En dat weinige, hoe groot, hoe is hun dat reeds! dan hier strijd en moeite en kruis; wordt gij dan hier zoo gedurig herinnerd aan uw aardsche vreemdelingschap; wordt dan menigmaal uwe ziele ternedergebogen ge moet
zielsbegeerlijk
Hebt
gij
,
weten, dat het hier het land der ruste niet is; ge moet hier steeds verstaan, dat ge een bijwoner zijt. .Eenmaal wordt gij echter met al Gods kinderen van al dien jammer, van al dat lijden, verlost, als ge Hem zult aanschouwen, met wien ge hier reeds geloofsgemeenschap mocht
toch ook
oefenen.
Daarop komt het toch ten
slotte aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1887
Abraham Kuyper Collection | 820 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1887
Abraham Kuyper Collection | 820 Pagina's