Onnauwkeurig? Aan "Het vaderland" in zake Mr. W.H. de Beaufort's verweerschrift - pagina 18
u Minister porteurs,
Heemskerk en den den
heer
Jonckbloet,
waarvoor Dr. Jonckbloet
Waarover
De
liep
Voorzitter van de Commissie
op
en 24 Maart
is
van Rap-
gevoerd, en
excuus vroeg.
later
scherpe debat
dit
23
?
Minister beklaagde er zich over, dat de Connnissie van Rappor-
teurs aanvankelijk M<€i besHstop de definitieve inrichting van een vijfde faculteit
had
faculteit
berust
aangedrongen
Herv. kerk een
had; tijd
feitelijk
;
en alleen de
eens met een geheel ander
')
in
had
het
wegvallen der
gesteld, dat
van overgang wierd gelaten; en dat
Commissie, nu de Minister dezen wenk
amendement
dus
conditie
systeem
letterlyk
voor
tóch de vijfde faculteit bestelde.
Voor wie nog grondiger dan
dachtenwisseling wenscht te
tweede behandeling van
inijn
volgen,
zij
den
aan de
diezelfde
had opgevolgd,
dag
kwam
en
opbij
')
bestek gedoogt, den loop der gehier
herinnerd, dat reeds
bij
de
ontwerp in de .sectiën de gevoelens aan het kenteren waren. In het verslag van dit onderzoek, 30, 4. p. 29, leest men toch: Zal aan onze Universiteiten eene zelfstandige faculteit van godgeleerdheid of godsdienstwetenschap blijven bestaan? Naar het oordeel van vele leden kan die vraag nauwlijks worden gedaan. Zal de universiteit den geheelen kring der wetenschappen omvatten, dan mag daarin de gewichtigste van ahe niet ontbreken de wetenschap van het Godsbewustzijn in den mensch en van de wijze, waarop zich dat bewustzyn in den loop der eeuwen in Godsvereering heeft geopenbaard. Het zou een schande voor Nederland zijn, indien het bij do regeling van zijn hooger onderwijs dien onmisbaren schakel uit een groot geheel wegbrak, en van de universiteit verbande, wat daar bij uitnemendheid behoort. „Daartegen werd weder aangevoerd, dat het bestaan van eene godgeleerde faculteit bü eene van Staatswege gevestigde en onderhouden hoogeschool niet strookt met de thans heerschende begrippen der algeheels scheiding van Kerk en Staat; dat het onderwijs in de godsdienstwetenschap niet zoo objectief kan worden gegeven, dat het voor de aanstaande leeraren der onderscheidene kerkgenootschappen en van de daarin heerschende uiteeniuopende richtingen evenzeer bruikbaar is; dat dus het gevaar ontstaat van dit
:
het onderwijs
öf slechts
kleurloos te maken,
voor
benoeming van een hoogleeraar die
zich
niet
ééne richting te doen dienen, Of het zoo
dat niemand de lessen volgen kan of wil, on dat de in
op kerkelijk terrein
gebied verplicht
de godgeleerdheid door eene regeering, en tot onz\jdiglieid op dat
mag begeven
is, onoverkomelijke moeilijkheden oplevert. „Andere leden erkenden het gewiclit dier bezwaren, maar achtten ze toch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 60 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 60 Pagina's