Gomer voor den Sabbath - pagina 116
„DEN MEDICIJNMEESTER NIET VAN NOODE. Maar
ge daarom gezond'i in een kring van een kloeken man en vrouw met zes frissche kinderen de een voor den ander met den blos van kracht en van gezondheid op de koonen een armelijk meisje van zeventien jaar om hulp voor haar zieke moeder en zieke zusje vragen. Dat meisje zag er zelve doodsbleek, vermagerd en met blauwe kringen onder de oogen uit. Haast had ze geen kracht, om zich op te houden. En bij dat kerngezonde gezelschap vergeleken, scheen zij doodziek. Van harte was men dan ook bereid om te helpen. Haar zou een versterking voor haar zieken wat geld en ook een dokter worden nagezonden. En die dokter komt, klopt aan de deur en wordt ingelaten, en gaat nu bij dat meisje zitten, en voelt haar den pols, schrijft een recept en wil heengaan, toen het meisje opeens zei: „Dokter/ u vergist n ik ben de gezonde, maar mijn moeder en mijn zusje " liggen zoo ziek! En dat zeggen: ,, Dokter, u vergist u, ik beti de gezonde ," 'kwzxa bij dat doodzwakke zieltje nu uit liefde voort. Ze dacht aan zichzelve niet, maar alleen om die nog erger kranken, die in de bedstee op het stroo lagen. Maar zooveel blijkt er dan toch uit, dat „ziek" en „gezond" al zeer betrekkelijk is, en afhangt van uw maatstaf. Bij die ingezonde kinderen vergeleken was dat doodzwakke meisje al zeer krank ; maar vergeleken bij die nog zooveel erger zieken in de bedstee, was zij weer de gezonde. En dit nu mag elk minnaar des Heeren wel op zijn eigen vroomheid toepassen. Meet ge u af naar hen die in het gestoelte der spotters zitten of staan in den raad der goddeloozen o, gewisselijk, dan zijt gij, met uw zeer kleine vreeze des Heeren al een wondervroom en zijt
Eens kwam
,
,
,
,
,
,
,
,
,
zeer godzalig man.
Maar als ge, uit dien kring der wereld uitgeraakt, eens verkeeren moogt onder lieden, die wezenlijk zeer nauw van conscientie zijn en ingeleid wierden in Gods verborgen omgang, hoe bleek en uitgeteerd lijkt dan uw gestalte niet! Dan zijt gij v^Qti de zieke, die den Medicijnmeester hoog van noode hebt.
Maar
zijn
En hebben
dan die stillen en godzz\\gQ.nm d^nlaxidt de gezonden T dan tenminste den Medicijn meester niet meer van
die
noode? Och, reeds die vraag toont, hoe weinig ge ze kent en verstaat. Het is zoo, soms sluipen er ook in zulke gezelschappen hypocrieten in die een vroom praatje zoo letterlijk weten na te vertellen dat ,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's