Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 229
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
5
Of
is
uw
scherp
dit te
bedoeling weergegeven
Maar immers Gij vondt goed aldus tegen hen
?
insinueeren
te
«Met dank aan der vaderen God roemde hij (Dr. K.) dat niet Ucht wat land ook een staatkundige partij een kring van mannen als hier zal saambrengen, mannen die zoo onverdroten voor de publieke zaak des in
vaderlands geijverd hebben en zoo bijna nooit publieke zaak hebben gevergd." Mij dunkt
der deputaten,
in
bij
voor zich
iets
woord
dat
van die
zelf
zullen de harten
zelfvoldoening, sneller geklopt hebben, en zoo al
stille
een enkele de gedachte binnensloop aan de tonnen gouds, ten behoeve der scholen uitsluitend voor hunne kinderen ingericht, van de publieke schatkist te vergen; dan zal de vrees, of deze afwijking van gedragslijn ook bij
op een toekomstige lofspraak van gelijken aard zou doen
het recht
beuren, wel spoedig
ver-
toen de geruststellende verzekering
vervlogen,
zijn
van de lippen des redenaars daalde, dat de kracht van zijne partij «niet mechanisme der theorie, maar in de leidende gedachte die inwoont in het organische leven", en dat daardoor »de soepelheid en
schuilt in het stroeve
plooibaarheid van haar actueel optreden" wordt gerechtvaardigd."
Deze
zou
nu,
tirade
ik
had
zeggen,
uw pen
aan
niet
mogen
ontsnappen. Gij weet toch, dat de geestdrift der opgekomen Depusubsidiën nog met geen luoord
taten in vroeger jaren, toen er van
sprake
even
viel,
warm
was.
de acht ton gouds, die
Gij wist dat
thans geboden wierd, aan het vrije onderwijs de verplichting oplegt
om
meer
een kleine duizend onderwijzers
een
zoodat
de
feitelijk
ton daalt.
Gij
maken
te
dat
wist,
aan
vijf tonnen gouds
vermeerdering van
over
winst,
de
1
van
uw
acJit tot
in
—
drie
to)i,
maar van
loopen
liet
missen
als
nooit
die :
;
en vijfde
zeggen
die,
nog erger
drie
d.
zin doodelijk
i.
voor
maai
partij,
niet
van
drie millioen de politieke roulette
had de Spreuliendichter haar gekend, zonder
onverzadigbare aan de vier zou :.
vrije
per kind levert,
gegoede personen saamgesteld, optreedt voor een
uit
wat
beneden de drie
nu reeds twintig en straks dertig jaar voor een inzet
die
van
stellen; iets
wist beter dan iemand, hoe de Liberale Unie,
ironie blijkt. Gij
meest
te
de uitgaven eischt;
50,000 kinderen op onze
scholen verdeeld, deze drie ton slechts ƒ2.
even 8 pCt. op de kosten. En, wat
in
het
Geef, geef, geef !
is
zijn
toegevoegd,
genoeg, maar altoos het eentonig refrein
herhalen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's