Gomer voor den Sabbath - pagina 76
„DOOR
72
ZIJNS ZELFS
OFFERANDE."
meer zullen willen noch anders kunnen Gode in heel hun wezen en bestaan.
niets
zijn,
dan éene
offerande
De offerande van het niet. Hoe kon het ook?
ram
of var verzinbeeldde dit wel,
maar was
Of als een man in Juda honderd schapen had, en hij offerde Gode éen zijner rammen, was dat Gode zijn eere geven? Was het dan enkel die éene ram, waarop God recht had, of was het niet zijn bezitting, of niet veel meer om hemzelf, om zijn hart, om zijn persoon? Ja, zelfs dien éenen ram, had God hem dien gegeven, om tot asch verbrand te worden, of niet veelmeer om al
voor
hem
te
leven als zijn dier?
Dat kon dus niet anders dan zinbeeld zijn. Of zou God dorsten naar bokkenbloed? Zou de reuk van een verbranden var Hem welriekend zijn geweest? Alsof niet alle dieren des velds zijns waren, het wild op duizend bergen? Maar hoe doelloos en volstrekt waardeloos het verbranden van var of ram ook op zichzelf voor God was, als daad van gehoorzaamheid, als sprekend zinbeeld, als afschaduwing van de éene, ware offerande, die er zijn moest, maar door de zonde was weggenomen, ja, dan had dat outervuur op Sion hoogheilige beteekenis. Dan sprak er in dat dier, welks bloed vergoten wierd, een schriklijk oordeel over het leven der wereld. Dan ging er in dat bloed, dat vergoten wierd, een machtige prediking tot heel Israël uit. Dan lag er in het feit, dat God zulk een dierenoffer zelf had willen instellen, een profetie, dat eens de ware offerande terug zou keeren. Ja, dan blonk er in dat offerdier, dat in rook en walm opging, genade voor genade over het arme kind van God, dat zelf een offerande zijn moest, maar geen offerande meer zijn kon.
En nu komt de Hoogepriester onzer Heere!
Ik
kom om uwen
belijdenis en spreekt: „Zie, wil te doen; slachtoffer en brandoffer
hebt Gij niet begeerd, Maar Mij hebt Gij het oor doorboord!" En wat nu verklaart Messias hiermee anders, dan dat Hij weer een offerande Gode wil zijn? Wat anders, dan dat Hij Gode wou
doen toekomen, niet maar iets van zijn schepsel, maar heel zijn schepsel? Dat Hij de ordinantie herstellen zal, die de zonde aan flarden reet? En dat, waar God niets van zijn schepsel vraagt dan dit éene, dat het Hem een offerande zijn zal, en toch alle schepsel die offerande Gode onthield. Hij, onze Messias, dit recht zijns Gods herstellen, het een en al Hem weer toewijden, geheel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's