Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Gomer voor den Sabbath - pagina 178

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gomer voor den Sabbath - pagina 178

3 minuten leestijd

5>DE

174

HEERE ZAL

AANNEMEN!"

MIJ

mijne moeder hebben mij verlaten; maar ik heb een anderen Vader den hemel; want de Heere zal mij aannemen, d. w. z. aan-

in

nemen

als zijn kind."

In een vaderlijk huis worden we geboren en naar een Vaderhuis gaat de gezaligde door zijn sterven heen. Goddelijk schoone speling van de heilige ordinantie onzer schepping. Niet bijgeval is het, maar een heilige ordinantie, dat we uit vader en moeder geboren wierden. Het had ook anders kunnen zijn. God de Heere had ons allen stuk voor stuk, evenals Adam, uit het stof der aarde opeens volwassen kunnen scheppen. Maar dat wilde de Heere niet; dat deed Hij niet. Neen, Hij bestelde het door zijn wondere macht in dier voege, dat Hij het beginsel van den mensch, die komen zou, inschiep in den mensch, die er reeds was, en zoo den eenen mensch uit den anderen deed geboren worden. Zoo ontstond op aarde een vader en moeder. Ze wierden dit niet door eigen keuze; maar door en krachtens deze heilige ordinantie des Heeren, en tegelijk wierd door diezelfde ordinantie de mensch, die nu volgde, kind. God heeft Adam vader en Eva ?fioeder, Abel kind gemaakt, en sinds datzelfde wonder alle eeuwen door herhaald. Het was in Gods gedachte, eer het op aarde verwerkelijkt wierd, en lang eer het eerste menschenhart in vader- en moederweelde van kindervreugde blij geklopt heeft, had God de Heere deze geboorte en dezen band en deze weelde bedacht en zich voorgesteld.

Ook

wat uit die geboorte en band en die weelde later uitwas dus in Gods bestel besloten en is uit dit bestel ons toegekomen. Die inrichting, dat het kind eerst volkomen machteloos is, en zoo weer sterven zou, zoo het niet geholpen wierd; die moederborst, die gereed is, om de dorstige lipjes te besproeien die sterke aanhankelijkheid van de jonge kraamvrouw aan dat wichtje; dat tobben met het kindeke, eer het iets spreken of loopen kan; die arbeid, die er in het zweet des aanschijns voor moet afgesloofd, om het te kleeden en brood te geven en straks te ontwikkelen iets te doen leeren, en te vormen; en wat ge er uit de ziekekamer en het bidvertrek nog bij kondt voegen dat alles ligt als in kiem in die éene gedachte Gods: een kind uit een vader en moeder. En als nu straks ook in dat kindeke besef ontwaakt van wat iiet is, een vader te bezitten en een ?noeder rijk te zijn, en er al

vloeide,

;

,

;

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's

Gomer voor den Sabbath - pagina 178

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889

Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's