Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 264
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
40
1625
hun Synopsis
in
a".
schreven: y>dat de Overheid in zoo gewichtige materie
aldus
mag afgaan
niet
Thysius
en
Rivet
Polyander,
soren, Walaeus,
maar
op anderer inzicht of oordeel,
zaak
alle
be-
idden moet naar eigen helder inzicht en persoo?ilijke overtuiging. Uit de stukken bhjkt dus, dat het volgens
door
niet
pas
ling
onzer
mij
opzij
vaderen
wierd
gezet,
U onmisbaar
En nu
uitgesloten.
standpunt, waarbij de eentonige klacht:
ik
ook
orgaan"
voorstel-
Antirevo-
zijn wij,
Wat
gij veroordeelt, is ons
standpunt niet! ons telkens weer op de lippen komt
rekende
»
maar reeds door de
gewend aan een gestadige veroordeeling van ons
wel
lutionairen,
is
^)
bij
het opslaan van
Uw
critiek
en
;
zooverre
in
op de mogelijkheid,
U
op dezen regel geen uitzondering zou worden geMaar toch, waarom het verheeld ? Nu de redactie van een maakt. zoo verdienstelijk Tijdschrift als De Gids zich voor het eerst met dat zelfs door
onze
zaken
inliet,
redacteur én
zou het ons toch tot dank aan U, én
hebben
als schrijver
als
Gids-
verplicht, indien de stukken, die in
casu het geding beslissen moeten, ditmaal
de eer hadden genoten,
niet ongelezen ter zijde te zijn gelegd.
U
ook maar eenigszins rekenschap hadt gegeven van de verreikende beginselen, die de Reformatie in haar leer van i>de doorzichtigheid der Heilige Schrift", van het Testimonium SpiImmers,
en van »de verÜQhtmg des verstands" beleed.
ritus Sancti,
een
critiek,
Ge
als
als
waarin dü.
lauweren zocht, niet kumx.>n
daarom voor de Ove.
id
behoeven noch begeer-"
Gij
hadt
^c.wo^lüctisch meesterschap versche
.
nefersc Wijlden,
ssEen-»or^ïan
.i<oc^
en Ge hadt ingezien, hoe 1
om Gods
wil te
ooit tuelaten kunnen,
we
openbaren"
omdat we zoo
van heeler harte gele J ven aan de rechtstreeksche inwerking van den Heiligen Geest op den geest des menschen. Trekt zich die werking uit ons volk terug, het
is
tot onze straf,
omdat
zeer bedroefd hebben.
En omgekeerd, onder
medeburgers
in
te leven,
')
een Overheid en met
wie die werking overweldigend uitkomt, het
geldt ons als een Goddelijke zegen.
verheugen, of verdorren
dien Heiligen Geest te
wij
bij
Maar
hetzij
we ons
hare ontstentenis, onzer
Syn. purioris tkcologiae, Disput. L. § 41.
in die
blijft
werking
de roeping,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's