Political speeches by Abraham Kuyper and others - pagina 103
[1]. Om de bewaring van het pand : rede ter opening van de Deputatenvergadering gehouden te Utrecht op 23 April 1925 / door H. Colijn -- [2]. Toevende dageraad : rede ter opening van de Deputaten-vergadering gehouden te Utrecht op 13 April 1920 / door H. Colijn -- [3]. Wat nu? : rede ter opening van de Deputaten-vergadering, gehouden te Utrecht op 2 mei 1918 / door A. Kuyper -- [4]. "De Kleyne luyden" : openingsrede ter Deputaten-vergadering van 23 November 1917 / door A. Kuyper -- [5]. De wortel in de dorre aarde : opeiningsrede ter Deputaten-vergadering van 2 November 1916 / door A. Kuyper -- [6]. De meiboom in de kap : openingswoord ter Deputaten-vergadering van 24 April 1913 / door A. Kuyper -- [7]. Christelijke en neutrale Staatkunde : rede ter inleiding van de Deputatenvergadering, gehouden te Utrecht, op 13 April 1905 / door H. Bavinck -- [8]. Volharden bij het ideaal : openingswoord ter Deputatenvergadering, van 17 April 1901 / door A. Kuyper -- [9]. Eer is teer : tegen Mr. W.H. De Beauforts gidsartikel "De Deputatenvergadering" / door A. Kuyper
23
waarom
hier gaat, niet maar van buiten in zich opneemt, den levensdrang in de eigen ziel voelt opkomen, kan 't alles nog gered worden, en in 't eind de zegepraal ons blijven. Doch juist daarom moest ik u ditmaal dan ook met niets sparenden ernst op de keuze wijzen, waarvoor we geplaatst worden. Blijven we de „kleyne luyden" uit den worstelstrijd met Spanje, dan zal ook nu, wat aan onze vaderen gegeven werd, óns door genade gegund blijven. Ware het daarentegen, dat we, door de nieuwheid van vorm verlokt, ons door gidsen van het Liberalisme op het dwaalspoor lieten leiden, dan kon op eenmaal te loor gaan, wat zich nimmermeer herstellen liet. Daartegen nu, Mannenbroederen, heb ik u willen waarschuwen. Lang zal ik niet meer in uw midden zijn. De mij toebeschikte jaren loopen ten einde, en het beste deel van
maar
't
uit
ligt achter mij. Juist daarom echter voelde meer gedrongen, om u ditmaal vooral op den heiligen band te wijzen, die ons steeds saam mocht binden.
mijn levenskracht ik
mij
De
te
kleyne luyden te bezielen
van
God
is
steeds mijn streven geweest.
daarom steeds ons onveranderlijk bedoelen. Al verdonkerde het opnieuw, 't kan immers uit genade steeds weer onder ons opkomen. Meer dan een eeuw Blijve het
lang herkende
uitgaan,
men ons
nauwlijks meer, en scheen aard en inneraandrift bij ons weggescholen. Toch trad de hoogere zin, toen God in ons sprak, weer tevoorschijn. Laat daarom nimmer de wanhoop u verschrikken. Wat ook onder ons inzinke, onze God zal ons steeds weer terugroepen naar wat door lafheid en geestes verflauwing te loor ging; En daarom zij 't u door uw straks verscheidenden Voorzitter, als de vurigste bede uit zijn hart, toegeroepen „Blijft Mannenbroeders, de kleyne luyden, maar blijft, om 't te kunnen zijn, steeds groot in uw God".
lijke
:
Ik heb gezegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 283 Pagina's