Gomer voor den Sabbath - pagina 207
„ZEND UW SIKKEL EN MAAI.
203
die den tijd voor het zaaien en den tijd des oogsles heeft Hij afgemeten. Die aan het koren en het zuurdeesem de verwantschap schonk om deeg en brood te vormen. En die thans dat kostelijk brood met zijn zegen achtervolgt, om het in ons om te zetten in bestanddeelen van ons eigen bloed. En dan is er in elk proces, dat daarbij plaats grijpt, altoos dat dubbele. Eerst dat langzame rijpen en gedijen, en dan eindelijk het plotseling oogenblik, waarin dat rijpen en gedijen zijn voleinding vindt en Hij afbreekt wat er was om uit wat Hij doet ondergaan ,
,
,.
,
het nieuwe te doen uitspruiten. wederkeert maar dat niet ledig tot Altoos zijn Woord doet hetgeen waartoe Hij het uitzendt. Als sneeuw en regen daalt het vocht uit zijn schatkamer neder. Dan drinkt de aarde het in en bemorst het. Tot het in den bodem der aarde de zwangere graankorrel ontmoet. Die doet ze dan zwellen en bersten en een kiem uitschieten. Het laat zich in den halm opzuigen. Tot in de air dringt het vocht op. En als straks het gedijde en gezegend brood insluipt in ons bloed, om onze levenskracht te sterken, is er altoos nog een druppel van dat vocht in dat God in sneeuw en regen uitzond
Hem
,
,
,
.
om
brood aan den
eter te
,.
geven en zaad aan den
zaaier.
wil Gods heilig Woord, dat ge daarbij steeds houden. Het wil, dat ge bedenken zult, hoe het met alle ding, dat om u is, maar dat het zoo ook
Eén ding vooral voor oogen zoo toegaat
zult
toegaat m':i tizelven. Zooals die halmen op het veld opschoten en groeiden, en straks van dat veld worden weggemaaid zoo bloeien en rijpen ook de kinderen der menschen op den akker van ons menschelijk leven maar komt ook voor hen de ure der voleinding, dat de sikkel in de halmen daalt en hun plek die ze op het veld hielden niet meer gekend wordt. En ook hier weer dezelfde tegenstelling. Eerst weken-, maanden-, jarenlang dat stille, gestadige, schijnbaar altoosdurende voortrijpen en voortgelen op den akker; en dan plotseling die keer in den toestand, dat inslaan van den sikkel in de halmen. En dan is het uit en buigt ook hun hoofd zich neder, tot straks hun plaatse ledig is. ,
Een
,
,
,
tegenstelling, een plotselinge overgang, die,
hoe
dikwijls
ook
ons toch altoos zoo verrassen blijft dat bijna niemand er op verdacht is, als de sikkel ook tot hem komt. Het scheen zoo zoetelijk voort te varen. Zoo ongemerkt scheen zich een nieuw eind weegs aan elk afgelegd eind van den weg vast te knoopen. De voortgang was geleidelijk, zoo gestadig, zoo duurzaam. Na eiken avond altoos weer een morgen; na eiken winter altoos weer een lente met haar bloemen die ontloken en haar vogelen die in de gezien
,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's