Gomer voor den Sabbath - pagina 185
„UWE GLASVENSTEREN
KRISTALLIJNEN!"
l8l
die dit bovenal tot heerlijkheid zal hebben, dat hei uitzicht naar buiten door kristallijnen vensteren zal wezen. Een uitzicht zoo
boeiend en zoo schoon. Nu blijve de vraag hier onbeslist, wat stof hier met dat kristallijn bedoeld is. Jesaja schreef Kadkood. En nu zegt de een, dat dit kristal, de ander, dat dit een robijn, een derde, dat dit een karbonkel of agaat aanduidt. Maar wat keurgesteente ook bedoeld zij dit staat vast het doelt op een glasvenster, dat een heerlijk een schitterend, een prachtig uitzicht geeft, en den aanblik van wat ge waarneemt in glans en in schoonheid verhoogt. :
,
Kennelijk doelt deze ontfermende profetie niet eerst op het Vaderhuis daarboven; want er volgt op, dat de verderver komen zal, om te beproeven, of hij Gods volk nog ten val kan brengen, en dat geschiedt in den hemel niet meer. En ook wordt er niet gedoeld op een uitwendigen gelukstaat op aarde want er staat dat de verschrikking die komt „ niet eens tot hen geraken zal", terwijl het kruis, dat we onzen Heiland hebben achterna te dragen, eerst van ons scheidt bij den dood. Neen, dat huis op saffieren gegrond, met zijn ingangen van robijnen en zijn kristallijnen vensteren, is de woonstede van geestelijken gelukstaat, waarin door het geloof 5ori\^ reeds op aarde Gods lieve kinderen zich verblijden mogen. Want aldus besluit de profeet „ Alle tong die in het gericht tegen u opstaat zult gij verdoemen dit is de erve der knechten des Heeren, en hun gerechtigheid is ;
,
,
,
uit Mij
En
,
,
!
verstaan we die kristallijnen vensteren die een zoo geheel andere tint werpen op wat we door die vensteren waarnemen. Want nu beduidt het zien door die kristallijnen vensteren het zien op wat ons in den zaligen glans van het geloof voor het zielsoog verschijnt, het bezien van heel ons leven en van wat om en voor ons ligt in den glans van den eeuwigen dageraad; een op en over alles zien glinsteren der purperen, spelende stralen van de Zonne der gerechtigheid! nti
,
Aan onszelf overgelaten zou er óf geen venster in den somberen muur, óf niets dan een bestoven en bezoedelde glasruit wezen die voor ons oog alles nog grauwer, nog somberder, nog doffer tintte ,
,
dan we
het zien
Dan overkomt
met het bloote oog.
ons wrevel en moedeloosheid. Zoo donker is het Zoo met ongerechtigheid overvloeid is het eindweegs, dat we achter ons hebben. Zoo weinig moedgevend, zoo triestig, zoo in grauwe mist gehuld vertoont zich het leven. En
pad voor ons
uit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1889
Abraham Kuyper Collection | 310 Pagina's